METROPOLIS - THE NEXT GENERATION?

Iedere rechtgeaarde sciencefiction fan kent de stomme, zwart/wit film Metropolis uit 1927. Deze Duitse film noir uit het expressionisme werd indertijd geregisseerd door Fritz Lang en het script was van zijn toenmalige echtgenote, Thea von Harbou, in samenwerking met Lang. Dat script was gebaseerd op Harbou’s gelijknamige roman. De voornaamste acteurs waren Gustav Fröhlich, Alfred Abel, Rudolf Klein-Rogge en Brigitte Helm. De prent wordt tegenwoordig bekeken als pionierswerk, omdat het een van de eerste langspeelfilms uit ons genre was. De opnames ervan duurden maar liefst 17 maand in 1925 & 1926. En de kostprijs (in de Weimar periode) was tussen meer dan 5 miljoen Reichmark.

Voor wie het nog niet mocht weten, Metropolis speelt zich af in een futuristische stedelijke dystopie en volgt de avonturen van Freder, een rijkeluiszoontje van de stadsmagnaat, maar ook die van Maria, een soort heilige voor de werkers. Beiden willen de enorme afgrond tussen de klassen in de stad overbruggen en de werkers samenbrengen met Joh Fredersen, de stadsmagnaat. De boodschap kan verwoord worden als volgt: "The Mediator Between the Head and the Hands Must Be the Heart".

Toch stuitte de prent destijds op gemengde kritieken. Ja, de critici hielden van zijn invloeden uit Bauhaus, Kubisme en futuristisch ontwerp, plus wat Gotische kantjes in de catacomben, de kathedraal en Rotwangs huis, maar beschuldigden het verhaal van naïviteit. Zelfs H.G. Wells vond het stom. En er zat tevens duidelijk een communistische boodschap in verweven. De Nazi’s haalden er dan ook die socialistische verwijzingen uit. Na zijn Duitse première werd de film substantieel ingekort, en sedertdien zijn er verschillende pogingen gedaan om de film compleet te restaureren. Misschien herinnert u zich dat muzikant/producer Giorgio Moroder (wereldbekend van zijn werk met Donna Summer) in 1984 een afgekapte versie uitbracht met een rocksoundtrack, waarop o.a. Freddie Mercury (met de hitsingle Love Kills), Pat Benatar, Jon Anderson, Bonnie Tyler, Loverboy, Billy Squier, Adam Ant voorkwamen. In 2001 toonde men een nieuwe reconstructie tijdens het Berlin Film Festival , en zeven jaar later werd een beschadigde versie van die film teruggevonden in een Argentijns museum. Met hulp van een kopij uit Nieuw Zeeland werd de prent voor 95% gerestaureerd en tegelijkertijd op 12/2/2010 in Berlijn en Frankfurt vertoond. En oh ja, in 2001 werd de film opgenomen in het UNESCO’s Memory of the World Register, de eerste ooit.

In 2023 zal de film in de USA vrijgegeven worden in het publieke domein, en waarschijnlijk zullen er nieuwe versies en soundtracks volgen. De oorspronkelijke soundtrack was een orkestrale score, maar fans zoeken naar een passende elektronische geluidsband. Iets dat meer bij dat futurisme past. Hoe zou die iconische sciencefictionfilm bijvoorbeeld geklonken hebben met een Kraftwerk soundtrack?

Wel, in de onderstaande YouTube clip heeft KarmaGermany in 2009 een fanversie gemaakt met de gelijknamige song door Kraftwerk. Hun muziek past perfect bij de synthese tussen mens en machine, trouwens de elpee uit 1978 waarop dat nummer staat heet overigens The Man-Machine ofwel Die Mens-Machine. En de lid van de band Kraftwerk, Dieter Moebius, nam een vierdelige, 40 minuten durende, spookachtige suite Musik für Metropolis op, die postuum in 2015 uitgebracht werd. Maar daarvoor had techno Dj en componist Jeff Mills in 2000 een uur lange versie gecomponeerd, met ambient en futuristische elektronische beats.

Daar stopt dit verhaal echter (nog) niet. Er is immers een nieuwe Tv-reeks “in the works” voor Apple Tv+, en die zal meteen de grootste Tv-productie ooit verfilmd in Australië worden. Deze achtdelige adaptatie is in handen met Sam Esmail, die ook Mr. Robot voor zijn rekening nam. Daarbij zou gebruik gemaakt worden van “virtual production”, een baanbrekende filmtechnologie die ook door Lucasfilm voor de Star Wars Tv-reeks The Mandalorian gebruikt werd. Er wordt door VicScreen een nieuwe “state-of-the-art” soundstage gebouwd, die één van de grootste LED volumes ter wereld zal huizen, een massief digitaal scherm dat achtergronden en speciale effecten kan vertonen. Op die manier kunnen virtuele sets gecreëerd worden terwijl de acteurs acteren. Denk maar aan een medium tussen CGI en praktische effecten. Details over de plot worden momenteel strikt geheim gehouden, en er is ook geen releasedatum vooropgesteld.

Er is dus een link tussen Metropolis en Star Wars, maar denk tevens aan de robot C3PO die rechtstreeks op de vrouwelijke robot uit Metropolis geïnspireerd werd.

Zo zal dus een klassieke film omgevormd worden tot een modern meesterwerk met behulp van de modernste technologie.

 

Patrick Van de Wiele

SABOR LATINO

Afgelopen maand februari toerde ik in gezelschap van een groep doorheen het eiland Cuba. De reis had als titel: “Rum, sigaren en salsa”. Uiteraard bezit Cuba nog meer troeven dan dat, maar in dit artikel wil ik het vooral over de muzikale kant van dat eiland hebben.

 

De muziek op Cuba is een mengeling van West-Afrikaanse en Spaanse invloeden. Ze wordt als één van de rijkste en meest invloedrijke regionale muziekvormen ter wereld beschouwd. Die West-Afrikaanse invloed is uiteraard te wijten aan de slavenhandel, en wist u dat Cuba het laatste land in de Nieuwe Wereld was om die slavenhandel af te schaffen?

 

Wat me onmiddellijk opviel, is dat in verschillende bars in de hoofdstad Havana live muziek gespeeld werd. Een bezoek aan het Havana Club Rum museum stond ook op het programma, wat mij uiteraard deed denken aan de song ‘Rum and Coca Cola’ van The Andrew Sisters uit 1945. Wist u dat deze calypsosong oorspronkelijk gecomponeerd werd door Lionel Belasco, die zich baseerde op het liedje ‘L’Année Passée’, wat dan weer verwees naar een folksong uit Martinique, en dat de tekst afkomstig is van een inwoner van Trinidad, nl. Lord Invader, die eigenlijk Rupert Grant heette? Die baseerde zich op het gedrag van duizenden Amerikaanse GI’s die er tijdens WOII gestationeerd waren. Zij dronken rum met Coca Cola en spendeerden hun dollars aan de lokale meiden. De Amerikaanse entertainer Morey Amsterdam hoorde dit liedje voor het eerst toen hij in september 1943 het eiland bezocht. Hij introduceerde het in de USA en The Andrew Sisters hadden er een hit mee. Het werd de bestverkopende song van dat jaar!

 

Hier volgt de tekst:

If you ever go down Trinidad

They make you feel so very glad

Calypso sing and make up rhyme

Guarantee you one real good fine time

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

Oh, beat it man, beat it

Since the Yankee come to Trinidad

They got the young girls all goin' mad

Young girls say they treat 'em nice

Make Trinidad like paradise

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

Oh, you vex me, you vex me

From Chicachicaree to Mona's Isle

Native girls all dance and smile

Help soldier celebrate his leave

Make every day like New Year's Eve

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

It's a fact, man, it's a fact

In old Trinidad, I also fear

The situation is mighty queer

Like the Yankee girl, the native swoon

When she hear Der Bingo croon

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

Out on Manzanella Beach

G.I. romance with native peach

All night long, make tropic love

Next day, sit in hot sun and cool off

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

It's a fact, man, it's a fact

Rum and Coca Cola

Rum and Coca Cola

Workin' for the Yankee dollar

 

Nadien nam wijlen Barry White het nummer over in 1980 als ‘Rum and Coke’ op zijn elpee ‘Sheet Music’. En in 1983 coverde het Nederlandse trio The Star Sisters, waar Patricia Paay deel van uitmaakte, dit liedje in hun medley ‘Stars on 45 proudly presents The Star Sisters’. Uiteraard is dit mengsel ook de basis voor de populaire cocktail Cuba Libre.

Na een korte verkenning belandden we in het Park John Lennon. Hier zit deze Beatle in brons gegoten op een bankje. Lennon zelf is hier nooit geweest, maar Fidel Castro gebruikte de zin “you may say I’m a dreamer, but I’m not the only one” uit de wereldbekende song ‘Imagine’ regelmatig in zijn speechen. Die zin staat overigens, nu verweerd, op de grond voor het bronzen beeld geschreven.

Muziek is overal aanwezig, en wordt solo, in duo, als trio en zelfs als octet gebracht. Ik noteerde in een restaurant covers van bekende liedjes zoals ‘Ain’t no Sunshine’ van Bill Withers, en uiteraard ‘Guantanamera’.

 

Enkele dagen later kwamen we aan in de stad Cienfuegos. Hier vestigde onze gids Sined mijn aandacht op een ander bronzen beeld, nl. dat van de zanger/muzikant/dirigent Benny Moré. Deze mulat, die afkomstig was uit Santa Isabel de las Lajas, heette oorspronkelijk Bartolomé Maximilliano Moré en werd geboren in 1919. Moré trok naar Havana en ging er met zijn gitaar de cafés, bars en restaurants rond. Later stichtte hij een big band, zijn hoogdagen waren de fifities, en hij wordt door velen gezien als de grootste Cubaanse zanger aller tijden. In Cienfuegos wordt ieder jaar in september een muziekfestival ter zijner ere gehouden.

Uiteraard zijn er andere (bekende) Cubaanse artiesten. Denk maar aan Xavier Cugat, Perez Prado, zangeres Celia Cruz, zangeres Gloria Estefan (die uit Cuba wegvluchtte naar Miami en er een succesvolle carrière uitbouwde), trompettist Arturo Sandoval (wiens vlucht verfilmd werd in 2000 als ‘For Love or Country: The Arturo Sandoval Story’), en uiteraard Compay Segundo (die wereldberoemd werd met het ensemble Buena Vista Social Club, waar tevens gitarist Ry Cooder in meespeelde).

 

In het stadje Trinidad bezochten we de bar La Canchanchara, waar we een mini-optreden van een lokaal octet mochten beleven. Ze brachten opzwepende salsa, die zelfs een koppel uit onze groep aan het dansen zette. ’s Avonds speelde de band Fresh Air uit Trinidad in het hotel Las Cuenas. Die speelde een mix van smooth jazz, jazz, bossa nova, salsa maar ook covers. ’s Anderendaags bezochten we de Academia baile en Cuba, waar we uitgenodigd werden om de salsa te leren dansen op de tellen van one, two, three en five, six, seven. Aansluitend kregen we op de binnenkoer een initiatie in percussie op bongo en conga. De Afrikaanse roots van de eilandbewoners klonken duidelijk door in deze muziek, en leden uit onze groep mochten daarna zelf plaats nemen achter de bongo’s.

Onze lokale gids, Sined, deed ook zijn muzikale duit in het zakje. Hij zong op de bus een liedje over de vrijheidsstrijder Ché Guevara, dat geschreven werd door Carlos Puebla.

 

Tijdens de lunch in de ecologische Finca boerderij van de familie Correa bezongen onze medereizigers Jan en Filip hun zelfgeschreven liedje over onze wedervaren op deze rondreis. Dat gebeurde op de tonen van ‘Guantanamera’ en van ‘La Cucaracha’. Wat uiteraard op applaus en gelach onthaald werd, en daarna nog op de bus herhaald werd.

 

Ter afsluiting van deze rondreis verbleven we in een luxehotel in de badplaats Varadero. Daar luisterden ik en mijn vriendin naar Radio Enciclopedia, een radiostation op Tv, die een instrumentale mengeling bracht van jazz, klassiek, pop enz. met namen als Ray Conniff, Love Unlimited Orchestra, Benny Goodman, Kenny G en Santana.

 

In het stadje Varadero zelf was er het The Beatles café en The Nine, waar live optredens doorgingen. Maar ik heb die plekken zelf niet bezocht.

Foto: Marleen Van Wijnendaele

Tot slot nog enkele muzikale tips en links.

  • We dronken bijna elke dag een Piña Colada. U kent deze cocktail wel met witte rum, kokosmelk en ananassap. Die smaakte echt lekker en deed me denken aan de song ‘Escape (The Piña Colada Song) van Rupert Holmes. Maar wist u dat hierop ook een variatie bestaat die Mango Colada heet? Jammer genoeg was februari niet het seizoen voor mango.
  • Bij Cuba dacht ik vroeger vooral aan de megahit ‘Cuba’ van The Gibson Brothers uit 1978.
  • In de song ‘Copacabana’ van Barry Manilow wordt verwezen naar een bar ten noorden van Havana. Daar trad danseres Lola op, die verliefd was op barman Tony. Tot Rico op een dag binnenwandelde…
  • Wat me ook nog te binnen viel is de song ‘Shame and Scandal in the Family’ van Shawn Elliot uit 1964. In Trinidad gebeurde immers een schandaal.
  • En ik mag niet afsluiten zonder ‘Mambo Nr. 5’ te vermelden. Deze zomerhit van de Duitser Lou Bega uit 1999 is eigenlijk een cover van het gelijknamige nummer van Perez Prado uit 1952. En de tekst gaat over het versieren van vrouwen.

 

Ik hoop dat deze muzikale trip bij u blije herinneringen heeft opgeroepen. Of misschien krijgen lezers lust om Cuba zelf te gaan bezoeken? Geniet daarbij alvast van de onderstaande videoclips op YouTube.

 

Patrick Van de Wiele (+ alle andere foto's)