DE SOUNDTRACK VAN MIJN LEVEN

‘THIS MASQUERADE’

De maand februari is traditioneel de maand waarin het carnaval bij ons gevierd wordt, en mijn geboortestad Aalst is daar het beste voorbeeld van. Maar muziek maakt in Aalst ook een groot deel uit van carnaval, en jaarlijks worden steevast nieuwe cd’s met carnavalsmuziek uitgebracht. Sommige daarvan zijn originele songs, maar de meeste zijn gewoon covers met daarop een Aalsterse tekst. In mijn kindertijd keek ik naar Nonkel Bob op tv, en die zong toen “Zet de maskers maar op, en verbergt uwen kop, zodat niemand kan zien of ge Jan zijt of Fien.” De songs waarover ik hier echter in detail wil hebben is een van mijn lievelingsnummers en dat is ‘This Masquerade’.

 

Het woord “masquerade” in het Engels heeft een aantal betekenissen: het is een soort aanval in datacommunicatie, waarin een derde partij probeert de communicatiedeelnemeners te misleiden, gebruik makend van geforceerde informatie. Nog in computertermen betekent IP Masquerade “Network address translation (NAT)”, dat toelaat om intern verbonden computers die geen publiekelijk IP (Internet protocol) adres hebben, toch te communiceren via het Internet via het met NAT uitgeruste route publieksadres. In termen van een sciencefictionconventie is het kostuumwedstrijd, waarbij individuelen op scène wedijveren voor het beste kostuum en presentatie. Vandaar dat een gekostumeerd bal een “masquerade ball” is. Maar ‘Masquerade’ is ook de titel van een boek geschreven door Kit Williams, het is de naam van een muzikale groep rond Drafi Deutscher, die een hitje had in 1984 met de song ‘Guardian Angel’. Drafi Deutscher  kennen we natuurlijk allemaal uit het grijze hitverleden door zijn song ‘Marmor, Stein und Eisen bricht’. ‘Masquerade’ is ook de titel van een song uit mijn favoriete musical ‘The Phantom of the Opera’ uit 1986. Het is tevens de titel van een opera door Carl Nielsen, en de titel van een kortlevende tv-reeks uit 1983. Tenslotte is het ook een verzonnen term uit White Wolf Game Studio’s ‘Vampire: The Masquerade’, en beschrijft de inspanningen van een vampier om zich voor de mensheid te verstoppen.

De kern van dit artikel, de song ‘This Masquerade’ leerde ik in 1976 kennen via de elpee ‘Breezin’’ van George Benson, een meesterwerk dat één van de steunpilaren van smooth jazz geworden is. Het was echter geen origineel nummer, maar een cover van Leon Russell uit 1972, en afkomstig van zijn elpee ‘Carney’. Leon wordt de “ultimate rock and roll session man” genoemd, en werd geboren in 1942 als Claude Russell Bridges. Hij werkte met heel wat bekende namen, zoals Jerry Lee Lewis, Phil Spector, the Rolling Stones, James Burton, Dorsey Burnette, Glen Campbell, George Harrison, B.B. King, Eric Clapton, Bob Dylan, en Willie Nelson. Hij arrangeerde ook klassieke songs als Ike & Tina Turner’s monumentale hit ‘River Deep, Mountain High’, werkte aan hits zoals The Byrds’ ‘Mr. Tambourine Man’, en aan Herb Alpert’s ‘A Taste of Honey’. Hij scoorde voor het eerst als songwriter met Joe Cocker’s ‘Delta Lady’, stichtte in 1970 zijn eigen label Shelter Records, en organiseerde Cocker’s legendarische tournee ‘Mad Dogs and Englishmen’. 4this Masquerade’ was oorspronkelijk de B-kant van Russells single ‘Tight Rope’.

Het nummer ‘This Masquerade’ werd echter maar bekend met coverversies door andere artiesten, zoals Helen Reddy (1972), The Carpenters (de versie die ik eerst ontdekte in 1973) en George Benson (1976). Benson ontving in verband hiermee maar liefst drie Grammy Awards in 1977: “Record of the Year” voor de song, “Best Pop Instrumental Performance” voor de elpee en “Best engineered Recording (non-classical)” voor de opname-ingenieur.

 

Het nummer is inderdaad een moderne popklassieker, met een bijna Braziliaanse melodie die het stuk omvat. Het nummer duurt meer dan 8 minuten, maar werd door Dj Ty Bell uit New Orleans ingekort tot minder dan 4 minuten. De tekst is een stemmingsvolle analyse van het begin van het einde van een relatie. De vocale en gitaarintro bewijzen George’s gitaarbeheersing. Hij zingt een melodie, die hij daarna kopieert op de gitaar. De spaarzame piano (Jorge Dalto) voegt daar een sprankelende textuur aan toe. Wanneer de drum invalt (Harvey Mason), en de stem met de gitaar verdergaat, is de stemming gezet. De solo duurt nog even voor het vers begint. In het eerste vers ligt de nadruk op de zang. De muziek erachter is zacht, en de strijkers voegen daar melodie aan toe, terwijl de drum alles bij mekaar houdt. Het ritme dat die drum speelt is zeer simpel, bijna een metronoom. De hoofdlijn is de tekst “we're lost in a masquerade” en komt aan het eind van elk vers, en om die reden is er geen refrein. De brug gaat over in een luchtigere stemming met elke nieuwe sequentie. De piano voegt zigzaggende melodieën toe tussen elke gezongen tekstlijn. Omdat er geen refrein is, is het belangrijk dat de brug de stemming genoeg verandert, om zo diepgang toe te voegen aan de verschillende delen van de song. Maar dat ook weer niet te veel zijn, of de serene stemming wordt verbroken. Eén van de troeven hier is subtiliteit, en de band doet een perfecte transitie zonder de sfeer te breken of ons in slaap te wiegen. Met het volgende vers wordt er een nieuw ritme-element toegevoegd. De hoge tonen van de percussie, gespeeld in een sambaritme voegen spetters toe die het vers verfrissen en ons doen beseffen dat de song in beweging is. De volgende solo is langer en herbegint met de zang/gitaar tandem. De nadruk ligt nu op de melodie (wat later de synthesizers zullen doen, doet George zelf). Wanneer de solo gecompliceerder wordt, stopt George met zingen en laat zijn gitaar het werk doen. Hij gebruikt heel wat technieken, maar blijft binnen de stemming van de song. Nadien krijgt de piano de centrale plaats toebedeeld, en die voegt variatie aan het ritme en de toon van de lange instrumentale solo toe. Hierdoor krijg je een grotere intercommunicatie tussen de verschillende instrumenten, die mekaar naar een nieuwe hoogte voeren. De volgende brug keert terug naar de song en het volgende vers herneemt de hoofdtekstlijn verscheidene keren, om ze te versterken. Een korte outro solo keert terug met het zang/gitaar duet. De cirkel is rond.

Met de elpee Breezin’ werd Benson onmiddellijk een superster, en dat ook dankzij deze minst representatieve track ‘This Masquerade’. De rest van zijn elpee is een zachtere variatie van zijn werk op het CTI label, terwijl het orkest gearrangeerd en gedirigeerd werd door Claus Ogerman (later bekend van zijn werk met Diana Krall). Buiten voormelde artiesten speelden Ronnie Foster keyboards en Phil Upchurch ritmegitaar. Tommy Lipuma produceerde. ‘This Masquerade’ werd George’s handelsmerk.

 

THIS MASQUERADE

Tekst en muziek: Leon Russell

 

Are we really happy here with this lonely game we play

Looking for words to say

Searching but not finding understanding anyway

We're lost in a masquerade

 

Both afraid to say we're just too far away

From being close together from the start

We tried to talk it over but the words got in the way

We're lost inside this lonely game we play

 

Thoughts of weeping disappear every time I see your eyes

No matter how hard I try

To understand the reasons that we carry on this way

We're lost in a masquerade

 

We’re both afraid to say we're just too far away

From being close together from the start

We tried to talk it over, but the words got in the way

We're lost inside this lonely game we play

 

Thoughts of weeping disappear every time I see your face

No matter how hard I try

To understand the reasons why we carry on this way

We're lost in a masquerade

In a masquerade

 

Copyright 1972 Skyhill Publishing Co. Inc. BMI

 

Hierna volgt voor verzamelaars en perfectionisten (zoals ik), het alfabetisch rijtje van de covergeschiedenis met (waar mogelijk) het album en het jaar erbij:

Anthony Arizaga ‘(Latin Romance’ 2000), Stan Bann & Big Band (‘Good Intentions’ 1997), Shirley Bassey (‘All By Myself’ 1982), George Benson (‘Breezin’’ 1976), Ed Bentley (‘Metropolis’ 1998), Bob Berg (‘New Birth’ 1978), Acker Bilk (‘Golden Instrumental Hits’ 1990), The Carpenters (‘Now and Then’ 1973), Columbia Ballroom Orchestra ‘(Let’s Dance, vol. 5: Modern Collection’ 1998), Van Craven (‘You Do Something To Me’ 1995), Richard Davis (‘Harvest’ 1977), Barry de Vorzon (‘Nadia’s Theme (The Young & The Restless)’ 1976), Connye Florance (‘Connye Florance’ 2001), Terry Gibbs (Feeling’ Good: Live in Studio’ 2005), Robert Goulet (‘If Ever I Would Leave You’ 1994), Grupo Bahia (‘Samba Bossa Do Brazil’ 2000), Gene Harris Quartet (‘Concord Jazz Heritage Series’ 1985), Dick Haymes (‘Keep It Simple’ 1995), Hikora (‘My Foolish Heart’ 2002), Kathleen Holeman (‘Don’t You Wonder’ 2003), Kimiko Itoh (‘Standards My Way’ 1997), Milt Jackson (‘Reverence and Compassion’ 1993), Jag (‘Whatever It Takes’ 2004), Bonnie Jensen (‘Blue Joy’ 2004), Lori Johnson (‘Like Fine Wine’ 2000), Barb Jungr (‘Waterloo Sunset’ 2003), Morgana King (‘Everything Must Change’ 1978), Rahsaan Roland Kirk (‘Standing Eight’ 1998), Lambeth Community Youth Steel Orchestra (‘Steel Drums Party’ 1995), Nils Landgren (2002), Latin Majik (‘Latin Like That’ 2001), CoCo Lee (‘Coco’s Party’ 1999), Keiko Lee (‘Keiko Lee Sings Super Standard’ 2002), Jack McDuff (‘Bringin’ It Home’ 1999), Carmen McRae (‘Ms. Jazz’ 1978), Mina (1988), Miss Jaz (‘Chances’ 2002), Jeremy Monteiro (‘Song for You, Karen’ 2003), Sam Newsome (‘This Masquerade’ 2000), No Mercy (‘My Promise’ 1996), Pan Pipes (‘One Day in Your Life’ 2003), Jo Marie Panton (‘Southern Shadows’ 1999), Edmund Paul (‘Between the Lines’ 2001), Houston Person (‘Sweet Buns & Barbecue’ 1972), Helen Reddy (‘I Am Woman’ 1972), Pery Ribeiro (‘Pery E Todo Bossa-Perry Muito Mais Bossa’ 1994), Geri Rizzo (‘Just Flutin’’ 2003), Howard Roberts (‘Sounds’ 1970), Kenny Rogers (‘All the Hits & All New Love’ 1999), Samba Bossa (‘Samba Bossa’ 1994), David Sanborn (‘Pearls’ 1995), Emily Saxe (‘Whistling: Broadway to Berkley’ 2000), Doc Severinsen (‘Two Sides of Doc Severinsen’ 1993), Charlie Shaffer (‘Am I Blue’ 2002), Cybill Shepherd ‘(Mad About the Boy’ 1976), Susana (‘Hidden Mirror’ 2000), Johnnie Taylor (‘Good Love!’ 1996), Nino Tempo (‘Tenor Saxophone’ 1990), Cal Tjader (‘Here and There’ 1976), Johnny Varro (‘Pure Imagination’ 2004), Mark Williams (‘Here, There and Everywhere’ 1998), Xanadu All Stars (‘Xanadu at Montreux’ 1978).

 

Daarbij is Russells originele versie opgenomen op de soundtrack van de film ‘Bug’ van regisseur William Friedkin (die we kennen van ‘The Exorcist’). Die soundtrack werd uitgebracht in 2007. Het nummer was ook te horen in de film ‘The Pursuit of Happyness’.

 

Patrick Van de Wiele

DE SOUNDTRACK VAN MIJN LEVEN

‘THE SECRET GARDEN (SWEET SEDUCTION SUITE)’

In 2004 kreeg ik van Alfons Maes, wijlen hoofdredacteur van Keys & Chords, de vraag om een persoonlijke top tien aller tijden samen te stellen. Dat was zeer moeilijke opgave, want in de loop der tijden heb ik verschillende genres doorzwommen, en is mijn smaak meermaals veranderd, of aangepast aan nieuwe stromingen binnen die muziek. Maar wat buiten kijf staat is mijn keuze als regelrechte nummer één. En die keuze is sedert 1989 niet meer veranderd!

 

We schrijven dus 1989. Superproducer Quincy Jones had een idee voor een album, wat hij ‘Back on the Block’ noemde. Hij wou jazz, rhythm & blues, gospel, Afrikaanse muziek en hiphop doen ineenvloeien. Hij vertelde aan hiphopartiesten Melle Mel, Big Daddy Kane, Kool Moe Dee en Ice-T dat hij de Dude terug wou laten opduiken. ‘The Dude’ was de titel van Quincy’s vorige elpee uit 1981, waar een resem sterren aan meegewerkt hadden. De Dude zou als symbool terugkeren naar de buurt om zijn wijsheid over de culturele erfenis te delen. Toen had hij al George Benson, Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Miles Davis, en Dizzy Gillespie aan het werk gezet om aan die plaat te werken. De rest is geschiedenis, want de elpee won in 1990 zeven Grammy’s. Ik som ze even voor u op: “Album of the Year”, “Best Rap Performance by a Duo or a Group” voor de song ‘Back on the Block’, “Best Jazz Fusion Performance” voor het nummer ‘Birdland’, “Best Arrangement on an Instrumental” voor het nummer ‘Birdland’, “Best Instrumental Arrangement Accompanying Vocal(s) voor het nummer ‘The Places You Find Love’, “Producer of the Year” en “Grammy Living Legend Award”. Het is dus zonder twijfel dat deze plaat Quincy’s meest succesvolle product geworden is, en waaraan ook het meest aantal artiesten hun medewerking verleenden.

Op die elpee staan hitsingles als ‘I’ll Be Good To You’, gezongen door Ray Charles samen met Chaka Khan; en mijn all-time favorite, de song ‘The Secret Garden (Sweet Seduction Suite)’. Deze laatste wordt ingeleid door de instrumentale ‘Prelude to the Garden’, die vierenvijftig seconden duurt, en gecomponeerd werd door Jorge Calandrelli. Hierop speelt Larry Williams keyboards en synthesizer. Calandrelli zorgde voor het strijkersarrangement. En dan volgt ‘The Secret Garden’ zelf, een song die zes minuten veertig seconden duurt. Het nummer is een ballade, maar in Quincy’s stijl van samenwerking wordt het vertolkt door El DeBarge, James Ingram, Al B. Sure! en Barry White. Het werd gecomponeerd door Quincy Jones, Rod Temperton (mijn favoriete songwriter), Siedah Garrett en El DeBarge (van de groep DeBarge). Van bij de intro die Barry White in zijn speciale stijl vertelt, weet je dat dit iets speciaals gaat worden. Om beurten proberen deze zangers die mystieke vrouw te verleiden met hun specifieke charmes. Oorspronkelijk had Quincy Stevie Wonder op het oog, maar die kon niet, dus schakelde hij James Ingram in. En ook Michael Jackson was een eerste keuze, maar die kon zich ook niet vrijmaken.

 

In het Billboard boek van nummer 1 hits herinnerde Siedah Garrett zich Quincy zijn visie op de song: “I want this to be a love song about four men trying to court this woman and each of them bringing a different side of themselves to the party.” Quincy haalde de inspiratie voor de titel bij het boek ‘My Secret Garden’ van Nancy Friday. El Debarge voegde daar aan toe: “And that was the hardest part, because we had to make it feel that way without using raunchy words. At the same time, we didn’t want to get too philosophical… You have to be real careful how you deliver your message.”

 

Het nummer steeg naar de top van de hitparade in 1990. Je kan de song terugvinden op de ‘Soul Train Hall Of Fame 20th Anniversary’ (1994), op de cd ‘From Q With Love’ (1999), op de box ‘Just For You’ van Barry White uit 1992, en op de cd ‘Love, Q’ (2004). Er bestaat tevens een instrumentale versie van die ‘Sax In The Garden’ heet, en waarop Kirk Whalum saxofoon speelt. Barry White’s intro bleef hierop echter ook behouden. Dit zeldzame nummer kan je terugvinden op de achterkant van de originele single, op de cd ‘Love, Q’ en op ‘JazzFusions Four’ (1996).

 

Daarna werd het o.a. gecoverd door Ray, Goodman & Brown en door saxofonist Steve Cole tijdens een optreden, door Philippe Saisse op zijn cd ‘Masques’ uit 1995, op de cd ‘Now And Then’ van Tony Gurrero uit datzelfde jaar, op de cd ‘Saxtress’ van Pamela Williams uit 1996 samen met Pat Peterson, Patti LaBelle en Teena Marie, op de cd ‘Something Bout Love’ van Brian Culbertson uit 1999, en door Silk in 2006.

 

In 2010 nam Quincy Jones, de cd ‘Q: Soul Bossa Nostra’ op met nieuwe versies van bekende songs. Producer Jermaine Dupri deed toen beroep op Usher, Robin Thicke, Tyrese, LL Cool J, Tevin Campbell en Trey Songz om deze nieuwe cover op te nemen. Zelfs de stem van wijlen Barry White werd uit zijn graf gehaald. Maar spijtig genoeg beviel deze versie me niet.

 

Uiteraard werden fragmenten uit de song ook gesampled door andere artiesten, zoals door Tuamie op ‘12’ (1994), Miguel Migs op ‘Secrets’ (2004), Skyzoo feat. Jesse Boykins III op ‘Expensive Habits’ (2011).

 

Hierna geef ik u de tekst van het liedje. Probeer het eens te beluisteren, u zal me gelijk geven, dit is verleiden met klasse!

 

‘The Secret Garden (Sweet Seduction Suite)’

 

Tell me your secret

I don’t wanna know about just any secret

I wanna know about that special secret {Oh}

Because tonight I want you to learn all about the secrets

In your garden

 

I wanna read your mind, know you deepest feelings

I wanna make it right for you

Baby, show me

Let me share the mystery, oh

(Come on, come on, come on, come on)

Listen to your heart tonight

(Come on, come on, come on)

Make it alright, yeah, yeah, yeah

(Come on, come out tonight)

 

I know a melody that we could sing together

I’ve got the secret key to you, baby

Let’s make music

Harmonizin’ ecstasy

(Come on, come on, come on, come on)

Come on, sing it to me

 

Here in the garden

Where temptation feels so right

Passion can make you fall for what you feel

In the garden {Ooh...}

We can make it come alive {We can make it come alive}

Every night, oh, woman {Every single night}

Your secret garden, hoo...hoo...hoo...hoo...

 

Oh, baby

I need to be with you, let me lay beside you

Do what you want me too all night

Gonna hold you

Ooh, baby, can I touch you there

(Come on, come on, come on, come on)

I can keep you satisfied, baby

(Come on, come on, come on)

Ooh, ooh-wee, ooh-wee, baby

Please, baby, oh, darlin’

(Come on, come out tonight)

 

Yeah, baby

I’ll take good care of you

That’s what a man is supposed to do

And I’ll be there for you all the time

Let you hair down

Let me get you in the mood

(Come on, come on, come on, come on)

Come on, take me, take me with you

 

Into the garden

Where temptation feels so right

Passion can make you fall for what you feel

In the garden

We can make it come alive

Every night, oh, woman

Here in the secret garden, hoo...hoo...hoo...hoo...

 

And I never wanted anyone

(Woo...ooh...ooh...woo...)

I never wanted anyone as much as I, as much as I want you

I want you to show me, I want you to tell me how you feel

(Ooh-wee, ooh-wee, baby) All the secrets

 

If you think I am gonna take care of you

If you think I have got what you need

Sho’ you right [And I want to take our time because we have all night]

If you think I am gonna be good to you

If you think I like what you do

Sho’ you right (Oh, I’m gon’ be so good to you, baby, ooh-wee, ooh-wee, baby)

 

If you think I am gonna take care of you (Hey...)

If you think I have got what you need

Sho’ you right [Let me know your secrets]

If you think I am gonna be good to you

If you think I like what you do

Sho’ you right [Sho’ you right, baby, you don’t know me]

 

If you think I am gonna take care of you {Ooh...}

If you think I have got what you need

Sho’ you right [How does that feel]

If you think I am gonna be good to you (I’m gonna be good to you)

If you think I like what you do (Oh...)

Sho’ you right (Oh...)

 

If you think I am gonna take care of you

If you think I have got what you need

Sho’ you right (Turn the lights down low)

If you think I am gonna be good to you

In 2020 dook er een nieuwe coverversie van dit nummer op. Een all-star bewerking door Sisqó (Dru Hill), Shawn Stockman (Boyz II Men), Raheem DeVaughn en Omar Wilson. En het leunt dichtbij het origineel aan, alhoewel ik Barry White’s stem mis. Dit bewijst nogmaals dat mijn keuze tijdloos is, en nu door een nieuwe generatie kan ontdekt worden! Stockman zei erover: “To perform this classic with this caliber of artists was an honor. I wanted to preserve the integrity of the part of one of my heroes, (El DeBarge). I hope he enjoys what I’ve done”. Sisqó trad hem bij: “I am extremely excited to be part of a Quincy Jones classic originally performed by legendary artist like Al B Sure, James Ingram, El DeBarge and Barry White. This was a no-brainer for me”. DeVaughn voegde daar aan toe: “For me, remakes are about preserving the culture of a song and vibe that was already ingenious. It’s an honor to be on the track with three other distinct voices and reintroduce an entire new generation to this vibe.” En Wilson, tenslotte zei: “Being able to recreate an already iconic song and share the journey with three other powerful singers is beyond a dream come true for me. Thank you Quincy Jones for the creation and inspiration and we look forward to making you proud.”

 

Patrick Van de Wiele

RHAPSODY IN WHITE

In december 1968 werd ik de eerste van de klas, en als beloning kreeg ik een platenspeler, waarvan het deksel ook dienst deed als luidspreker. Ik begon gretig singletjes uit de toenmalige hitparade te kopen. Maar toen ik in 1974 de soulmuziek ontdekte in de discotheken, veranderde mijn smaak compleet. Ik verkocht het gros van mijn singles en elpees, en verpande mijn hart aan de zwarte muziek. Ik ging toen nog naar school, en mocht van mijn ouders mee op schoolreis naar Londen.

 

Daar ging ik op zoek naar bepaalde elpees, en de titel van dit artikel was één ervan. Inderdaad, ‘Rhapsody in White’ stamt uit 1974 en is afkomstig van The Love Unlimited Orchestra. U heeft uiteraard al begrepen dat dit eigenlijk een elpee is van Barry White, maar wel integraal instrumentaal. Barry had datzelfde jaar zijn debuutsingle gelanceerd, nl. de millionseller ‘I’m Gonna Love You Just A Little Bit More, Baby’, en zijn gouden elpee ‘I’ve Got So Much To Give’, en dit nieuw album liet hem van een andere kant zien, als leider van een bijna symfonisch orkest. Uiteraard vond ik in Londen mijn smaak, en bracht de Engelse versie van deze elpee, op PYE Records, mee. De Amerikaanse versie was immers uitgebracht op 20th Century Records, en alleen via import verkrijgbaar. Maar naar importplaten had ik de weg nog niet gevonden.

 

De hoes van die plaat toonde een kleurenfoto van Barry White met een fotomodel achter zich, met op de achtergrond zijn drie zangeressen, Love Unlimited, rechtstaand voor een open modern gebouw, met waterpartij. Op de achterkant prijkte een zwart-witfoto van Barry met sigaret. Op de plaat zelf stonden vier tracks per kant, waarvan ik alleen de afsluiter ‘Love’s Theme’ kende. Nu had ik toen al de gewoonte om eerst naar een elpee te luisteren, vooraleer ik hem kocht. Wat ik hoorde zoals ze het in het Engels zeggen: “blow my socks away”. Ik was sinds Isaac Hayes’ ‘Theme from Shaft’ al een liefhebber van instrumentale songs, en dit was “right up my alley”.

 

Barry had zeven van de tracks gecomponeerd, of eraan meegeschreven. Alleen ‘Midnight And You’ was van een andere componist. De titel van de elpee was waarschijnlijk een toespeling op George Gershwin’s ‘Rhapsody In Blue’. Opener ‘Barry’s Theme’ gaf al duidelijk de toon aan: luchtige strijkers op een bedje van drijvende energie. Maar met steeds de nadruk op de stemming, de sensuele sfeer. Tweede track is de titelsong, die ooit nog op single uitgebracht werd en tot in de top vijf van de Nederlandse hitparade klom. Derde in het rijtje is mijn favoriete track op deze elpee, het sensuele ‘Midnight And You’, dat Barry op zijn eigen gesproken manier inleidt. Afsluiter van kant één werd ‘I Feel Love Coming On’. Kant twee bevat ‘Baby Blues’, ‘Don’t Take It Away From Me’, het funky ‘What A Groove’ en het hoogtepunt ‘Love’s Theme’ als afsluiter. Dit laatste nummer werd een hit aan beide kanten van de Atlantische Oceaan, en stond nummer één in de Billboard Hot 100. Van dit nummer bestaat ook een gezongen versie , die dan weer terug te vinden is op de elpee ‘In Heat’ van Love Unlimited.

 

Eigenlijk was Barry’s geluid een voorloper van de discorage, die de volgende jaren zou losbarsten. Maar het was een veel verfijnder sound, die Barry’s gesofistikeerd geluid vastlegde. Typisch was tevens de “wah wah” gitaar, die met zijn “tchka tchka” geluid onmiddellijk herkenbaar was.

 

Een elpee die in het rijtje van de grote thuishoort!

 

Patrick Van de Wiele

THE AMERICAN WAY

Een reis naar de USA stond al vele jaren op mijn bucketlist. Na heel wat problemen rond mijn visum, is dit op het laatste moment toch gelukt, zodat ik een weekje in de States verbleven heb. Het is best een geslaagde reis geworden, en ik besloot dan ook om er een muzikaal artikel aan te wijden.

De landing van het vliegtuig op Amerikaanse bodem gebeurde in Newark (New Jersey), de stad die deel uitmaakt van de New York Metropolitan Area. En onmiddellijk ging er bij mij een (muzikaal) licht op, want Newark is de stad waar wijlen Whitney Houston geboren werd. Whitney zou op 9 augustus jongstleden 60 jaar geworden zijn, maar overleed al op 11 februari 2012. En toeval of niet, tijdens de vlucht met Air Lingus bekeek ik aan boord haar biopic ‘I Wanna Dance With Somebody’. Ik ben nu eenmaal een grote fan van haar, en had deze prent uit 2022 nog niet gezien. Alhoewel de meningen hierover best uiteenlopen vond ik hem zeer realistisch verfilmd.

In de bus naar de Big Apple kregen we van de chauffeur het wereldbekende liedje ‘(Theme from) New York, New York’ van wijlen Frank Sinatra te horen. Deze song werd geschreven door John Kander en Fred Ebb, en gecomponeerd voor de gelijknamige Martin Scorsese film uit 1977. Oorspronkelijk werd het nummer uitgevoerd door Liza Minnelli. Maar het nummer werd pas populair toen Ol’ Blue Eyes het hem eigen maakte. Later zou deze song opnieuw te horen zijn op de cruise die wij maakten op de East River.

Op de eerste dag maakten we eventjes kennis met NYC, en net achter de hoek kon ik een foto maken van Madison Square Garden, de bekende evenementenhal waar Stromae nog opgetreden is. Enkele dagen later zag ik een bericht dat Lionel Richie, door problemen met het weer zodat zijn vliegtuig niet kon landen, zijn concert daar geannuleerd had, tot grote ergernis van zijn fans. Hij beloofde hen echter een nieuwe datum. 

 

Ik denk nogal in muzikale termen, dus de ganse tijd spookten songs over New York door mijn hoofd. Ik som er u enkele chronologisch op:

  • ‘Autumn in New York’ door een pak artiesten, maar oorspronkelijk door Vernon Duke uit 1934.
  • ‘Spanish Harlem’ door Ben E. King uit 1960. Het nummer werd pas in 1971 gecoverd door Aretha Franklin en zij scoorde er een grote hit mee.
  • ‘On Broadway’ door The Drifters uit 1963. Barry Mann en Cynthia Weill (beroemde songwriters) schreven het oorspronkelijk voor The Cookies en The Crystals, maar schonken het dag erna aan Leiber & Stoller (nog een beroemd songwriters duo) voor The Drifters. En die versie werd een hit. Ik leerde het in 1977 kennen via de versie van George Benson. En hij won er een Grammy Award mee. Spijtig genoeg heb ik de Brill Building waar dit gebeurde niet kunnen bezoeken.
  • ‘Downtown’ door Petula Clark. Dit liedje uit 1964 werd geïnspireerd door haar eerste bezoek aan NYC. Tony Hatch, die het schreef, zegt er het volgende over: "I was staying at a hotel on Central Park and I wandered down to Broadway and to Times Square and, naively, I thought I was downtown. ... I loved the whole atmosphere there and the [music] came to me very, very quickly".
  • ‘The Wall Street Shuffle’ door 10CC uit 1974. Hierin wordt het financiële hart bezongen. We wandelen erdoor en bekeken de “Bull of Wall Street”; een bronzen sculptuur. Wanneer je zijn edele delen zou aanraken, zou dat een jaar financieel geluk brengen. Door de vele omstaanders kreeg ik de kans niet.
  • ‘New York State of Mind’ door Billy Joel. Deze song dateert uit 1976 en Joel speelde het tevens tijdens ‘The Concert for New York City’. Dit was een benefietconcert in oktober 2001 voor de brandweer en politie van New York City en de dierbaren van families van eerstehulpverleners die gestorven zijn tijdens de terroristische aanval op New York City op 11 september.
  • ‘The Night the Lights Went Out in New York City’ door The Trammps. Deze discoklassieker stamt uit 1977. Dat jaar gebeurde immers op 13-14 juli de New York Blackout. Die stroompanne zorgde voor plunderingen, brandstichtingen, verkrachtingen en andere criminele activiteiten. In de tekst hoor je overigens dat in Central Park onschuldige meisjes verkracht werden.
  • Uit datzelfde jaar stamt de song ‘Let’s Clean up the Ghetto’ door The Philadelphia All Stars. Dat was een gelegenheidsgezelschap bestaande uit artiesten van Philadelphia International Records zoals Lou Rawls, Billy Paul, Archie Bell, Teddy Pendergrass, Dee Dee Sharp Gamble, The O’Jays en uiteraard MFSB. De vuilnisophalers in New York City staakten toen, en dat zette de artiesten ertoe aan om het getto letterlijk op te kuisen en tevens komaf te maken met pooiers, dealers, dieven enz.
  • ‘Native New Yorker’ door Odyssey uit datzelfde jaar. De song werd eerst opgenomen door Frankie Valli.
  • ‘The Sound of the City’ door Village People. Deze track uit 1980 staat op de soundtrack van hun film ‘Can’t Stop the Music’. De groep bezingt de straatgeluiden van NYC.
  • ‘First We Take Manhattan’ door Jennifer Warnes. Deze track uit 1986 werd oorspronkelijk geschreven door Leonard Cohen, en het ging over een terroristische aanslag.
  • ‘An Englishman in New York’ door Sting uit 1987. Het liedje is geïnspireerd op Quentin Crisp, een Engelse homoseksuele schrijver en entertainer.
  • ‘Empire State of Mind’ door JAY-Z met Alicia Keys uit 2014. De “concrete jungle” wordt hier bezongen.

De tweede dag wandelden we via de chique wijk Brooklyn langs “brownstone” huizen, die me onmiddellijk deden denken aan de Tv-reeks ‘The Cosby Show’. Deze serie liep van 1984 tot 1992, en alhoewel Bill Cosby vervolgd werd voor seksuele intimidaties, is de tune ‘Kiss Me’ van deze show me steeds bijgebleven. Die bestaat overigens in 7 verschillende versies, en evolueerde mee door de loop der jaren. Ik bezit zelfs een elpee waarop Bill zelf meespeelt. Stu Gardner en Bill Cosby componeerden de tune. Bobby McFerrin is op een ervan te horen. Maar mijn favoriete versie is met saxofonist Grover Washington Jr.

Op de Brooklyn Bridge, die we compleet afwandelen (zo’n 3 km lang) stonden allerlei standjes, en sommige waren “photo booths”, waar je op de muziek van Alicia Keys je foto kon laten nemen. U herinnert het zich misschien niet meer, maar tijdens de film ‘Saturday Night Fever’ sprong op een avond een van Travolta’s vrienden van die brug het water in. We dineerden in een Italiaans restaurant in “Little Italy” waar Caruso indertijd nog opgetreden zou zijn.

 

De derde dag bezochten we Central Park met uiteraard de blikvanger Strawberry Fields, de gedenksteen voor wijlen John Lennon. Hij woonde er recht tegenover in de Dakota Building en werd daar op 8 december 1980 doodgeschoten door Mark Chapman. In 1985 wijdde New York City een deel van Central Park, waar Lennon vaak had gewandeld, direct tegenover de Dakota, in als Strawberry Fields. Zijn weduwe, Yoko Ono, had daarvoor gezorgd, en 1 miljoen dollar geschonken aan dit project. In een symbolische blijk van eenheid schonken landen van over de hele wereld bomen, en de stad Napels, Italië, schonk het Imagine-mozaïek als middelpunt. We hielden daar even halt, luisterden naar een straatmuzikant die er op een bankje ‘Imagine’ zat te zingen, en zongen allemaal mee. Jaarlijks worden hier op 8 december en op Lennon’s verjaardag 9 oktober herdenkingen gehouden.

Onderweg naar Broadway maakte ik een foto van de overbekende zaal Radio City Music Hall. En ’s avonds hadden we tickets gekocht voor de Broadway musical ‘Wicked’. Dit was de tweede meest populaire musical, die speelde in het Gershwin Theatre. ‘Wicked’ bekijkt het verhaal van ‘The Wizard of Oz’ maar langs een andere kant, namelijk die van de heksen. Een jonge vrouw wordt geboren met een groene huid. Ze is slim, vurig, misbegrepen en bezit een buitengewoon talent. Maar wanneer ze een blond meisje tegenkomt, die ook populair is, begint hun rivaliteit de kop op te steken. Die mondt echter uit in een vriendschap, totdat de wereld besluit om ze om de ene goed en de andere als slecht (“wicked”) te betitelen. De show was grandioos, ook al stond de airco zeer koud. Ik zag er speciale effecten die ik nog nooit op scène gezien had. Stephen Schwartz schreef de muziek en de teksten, Winnie Holzman het boek, gebaseerd op de roman ‘Wicked: The Life and Times of the Wicked Witch of the West’ van Gregory Maguire, dat op zijn beurt weer gebaseerd is op L. Frank Baum’s roman ‘The Wonderful Wizard of Oz’ uit 1900. Dit alles in een regie van Joe Mantello. Deze musical loopt daar ondertussen al zo’n 20 jaar. Een dikke aanrader!

 

De dag erna reden we langs de Upper West Side waar de film ‘West Side Story’ gedraaid werd, en u kent wel de beroemde songs ‘America’, ‘Somewhere’, ‘Maria’ en ‘Tonight’ daaruit. Ook passeerden we de beroemde Juilliard school voor dans, drama en muziek. We gingen in Harlem een plaatselijke kerk binnen om daar een deel van een gospel mis bij te wonen. Dit wou ik al jaren eens meemaken, en dit was geen toeristische trekpleister, maar een “baptist church” waar doodgewone Afro-Amerikanen de gospelsongs zongen. Vervolgens kwamen we uit bij het wereldberoemde Apollo Theatre, een zaal die ook al jaren op mijn programma stond. Sinds deze zaal in 1914 zijn deuren opende en in 1934 de eerste Amateur Night-wedstrijden introduceerde, heeft het een belangrijke rol gespeeld in de opkomst van jazz, swing, bebop, R&B, gospel, blues en soul – allemaal typisch Amerikaanse muziekgenres. De ‘X-Factor’ is hier dus uitgevonden! En alle belangrijke Afro-Amerikaanse artiesten hebben hier opgetreden. Ella Fitzgerald maakte hier in 1934 haar debuut op zeventienjarige leeftijd. Ik probeerde in de zaal zelf te geraken maar dat mocht niet. Buiten op het voetpad fotografeerde ik de bekende namen op de ‘Walk of Fame’. En aansluitend lunchten we in het soulfoodrestaurant van Mr. Londel. Ik bewonderde de foto’s aan de muur van hem met allemaal “black celebrities”, nam zijn foto, en praatte met hem even over de Afro-Amerikaanse artiesten. Hij was verwonderd dat ik er zoveel kende.

Daarna maakten we de trip naar Philadelphia, om daar de 72 stenen treden die naar de ingang van het Philadelphia Museum of Art leiden, op te lopen. Deze zijn bekend geworden als de "Rocky Steps" als resultaat van een scène uit de film ‘Rocky’ uit 1976. Toeristen bootsen vaak de beroemde klim van Rocky na, een metafoor voor een underdog of een gewone man die een uitdaging aangaat. In de bus hadden we onderweg de song ‘Gonna Fly Now’, ook wel bekend als ‘Theme from Rocky’, te horen gekregen. Deze track werd gecomponeerd door Bill Conti met tekst van Carol Connors en Ayn Robbins, en uitgevoerd door DeEtta West en Nelson Pigford. Rocky’s standbeeld staat ernaast.

De dag erna wandelden we onder begeleiding van gids Patrick doorheen het centrum van “the city of brotherly love”. Even verder bezochten we het grootwarenhuis ‘Macy’s’ waar het grootste orgel ter wereld op de eerste verdieping opgesteld staat. Het Wanamaker Grand Court Organ werd op dat moment zelfs bespeeld. Uiteraard dacht ik aan al die mooie songs uit de Phillysound. Denk maar aan ‘T.S.O.P.’, ‘Dirty Old Man’, ‘Back Stabbers’, ‘Love Train’, ‘If You Don’t Know Me By Now’, ‘Me & Mrs. Jones’ en zo kan ik nog een tijdje doorgaan. Ik vroeg Patrick ernaar, en hij leidde ons naar een muurschildering die eraan gewijd is. Hij liet toen een stukje van ‘T.S.O.P (The Sound of Philadelphia)’ op straat horen. Want de beroemde Sigma Sound Studio, waar al deze songs opgenomen werden, bestaat spijtig genoeg niet meer. Maar de muziek (met als motto “there’s a message in the music”) van bezielers Kenny Gamble en Leon Huff blijft voortleven! Uiteraard zijn er nog andere songs over deze stad gemaakt zoals Elton John’s ‘Philadelphia Freedom’ en Bruce Springsteen’s ‘Streets of Philadelphia’.

De volgende dag reden we naar Washington, maar eigenaardig genoeg ken ik niet zoveel songs over deze stad. Eén ervan is wel ‘Chocolate City’ door Parliament uit 1975. De song van dit funkcollectief van George Clinton kreeg deze titel omwille van de grote Afro-Amerikaanse populatie. Het lied is een viering van de diversiteit van de stad en haar Afro-Amerikaanse cultuur. Er moeten er nog meer zijn, maar “that doesn’t ring a bell for the moment”.

Alles bij mekaar was het een toffe reis, die goed ineenzat, waarvoor dank aan onze Belgische gids Allan.

 

Patrick Van de Wiele

De eerste vlag van de States gefotografeerd in Philadelphia

THAT'S THE STORY OF MY LIFE – EEN EERBETOON AAN HET MUZIKALE GENIE VAN McCOY

In maart 2002, meer dan 20 jaar geleden dus, schreef ik dit artikel voor het eerste gedrukte nummer van het muziekmagazine ‘Keys & Chords’ van wijlen mijn vriend Alfons Maes. Van’s geboortedatum was 6 januari 1940, en gezien hij recent dus heropgevist werd, vond ik het opportuun om dit artikel op te frissen en up te daten.

Van werd geboren als Van Allen Clinton McCoy in Washington, D.C.. Hij was de tweede zoon van Norman S. McCoy en Lillian Ray, en groeide op in Columbia Road, Northwest, waar ook zijn grootmoeder inwoonde. Al zeer jong kwam hij in contact met muziek, want zijn moeder en grootmoeder zongen in de lokale koren en repeteerden thuis. De 2 broers verbleven ’s zomers in Florence, South Carolina, bij hun andere grootouders, waar grootmoeder piano speelde, zong en muziekles gaf. Van zong zowel in het Metropolitan Baptist kerkkoor als in het schoolkoor, zat samen met zijn broer Norman Jr. in lokale programma’s en spendeerde iedere minuut van zijn vrije tijd aan de piano. ’s Zaterdags volgde hij muziekschool voor kinderen aan de Howard University. Daar leerde hij muziek kennen als een unieke taal, waarvan hij de noten kon gebruiken om zijn eigen muziek te maken. Hij was tevens een uitstekende student, die hield van wiskunde. Van zat veel thuis te repeteren aan zijn piano. Door zijn muzikaal talent was hij zeer populair bij zijn leeftijdsgenoten. Van’s muzikale carrière startte op het einde van de fifties, wanneer zijn broer samen met enkele schoolvrienden, een straatzanggroep vormden. Die heette de The Starlighters en Van werd de leadzanger, componist en muzikale directeur van de groep.

De line-up van The Starlighters zag er als volgt uit: Freddy Smith, Paul Comedy, Van & Norman McCoy Jr. Ondertussen zijn alle leden reeds overleden. Zij gingen al gauw van schoolprogramma’s en talentshows over tot de opname van hun eerste single ‘The Birdland’, genoemd naar een populaire dans uit de late fifties. In 1959 brachten The Starlighters nog drie andere singles op het End label uit. ‘It’s Twelve O’Clock’, ‘I Cried’ en ‘You’re the One to Blame’. De groep verscheen op de scène in Washington, D.C. (Howard Theater), Philadelphia (Royal) en New York (Apollo). Vi Burnsides, de vrouwelijke saxofoniste van Sweethearts of Rhythm, nam de groep ter harte. The Starlighters hielden ermee op toen de militaire dienst, het huwelijk en de universiteit hun één voor één weghaalde. Maar Van zou nooit huwen. Zijn liedjes waren zijn kinderen. Van zong ook bij The Marylanders.

In september 1958 ging hij naar Howard University om psychologie te studeren, maar twee jaar later stopte hij ermee, en verhuisde naar Philadelphia. Daar richtte hij zijn eigen platenfirma op, Rockin’ Records, en bracht in 1959 zijn eerste single ‘Hey Mr. DJ’ uit. Dat trok de aandacht van Scepter Records’ eigenares Florence Greenberg, die hem inhuurde als stafschrijver en producer voor dat label. Daar componeerde hij in 1962 zijn eerste succes, ‘Stop the Music’ voor The Shirelles. Van was mede-eigenaar van Vando Records, eigenaar van het Share platenlabel en tijdens de sixties ook mede-eigenaar van het Maxx label, met artiesten zoals Gladys Knight & The Pips, Chris Bartley en The Ad Libs.

Hij werkte met de bekende songwriters Leiber en Stoller en later huurde David Kapralik hem in als componist voor April Blackwood Music. Het jaar daarop beleefde hij een romance met Kendra Spotswood, en gedurende de volgende 5 jaar zongen ze samen en namen ze ook op. Maar hun relatie liep op de klippen toen Van hun huwelijksplannen uitstelde voor een contract met Columbia Records.

Toen de sixties vorderden schreef Van een resem hits zoals ‘Giving Up’ (Gladys Knight & The Pips, en later gecoverd door The Ad Libs en Donny Hathaway), ‘The Sweetest Thing This Side of Heaven’ (Chris Bartley), ‘When You’re Young and in Love’ (Ruby & The Romantics, later een hit voor The Marvelettes), ‘Right on the Tip of My Tongue’ (Brenda & The Tabulations), ‘Baby I’m Yours’ (Barbara Lewis), ‘Getting Mighty Crowded’ (Betty Everett), ‘Abracadabra’ (Erma Franklin), ‘You’re Gonna Make Me Love You’ (Sandi Sheldon) en ‘I Get the Sweetest Feeling’ (Jackie Wilson). Hij zorgde ervoor dat het duo Peaches & Herb bijeen kwam, en arrangeerde en produceerde hun eerste hit ‘Let’s Fall in Love’ in 1966. Daarnaast leverde hij ook hits af voor Chad and Jeremy, Irma Thomas, Nancy Wilson enz. Columbia Records was onder de indruk van de gepolijste en zachte kwaliteit van Van’s eigen stem, en lanceerde hem als zanger. In datzelfde jaar nam hij zijn solo-elpee ‘Night Time Is Lonely Time’ op voor zijn kortlevende Vando label, in een productie van Mitch Miller. Maar Van wou geen zanger zijn en volgde zijn echte liefde, het schrijven en produceren van muziek voor andere artiesten. In 1968 richtte Van zijn eigen productiefirma VMP (Van McCoy Productions) op. Hij schreef voor artiesten zoals Aretha Franklin, Gladys Knight & The Pips, Roberta Flack, Vikki Carr, Tom Jones, Nina Simone, Jackie Wilson, Gloria Lynn, Brenda and The Tabulations, Nat ‘King’ Cole, Melba Moore, Stacey Lattisaw, David Ruffin, The Shirelles, Chris Bartley, Chris Jackson, The Marvelettes en de lijst gaat verder…

In het begin van de seventies schreef hij voor ‘5-10-15-20 (25-30 Years of Love)’ voor The Presidents, ‘Come Down to Earth’ voor The Choice Four (die opnamen als The Finger Pointers), en ‘Walk Away from Love’ voor David Ruffin. Tevens vormde hij de groep Faith, Hope & Charity, schreef nummers als ‘To Each His Own’ en ‘Life Goes On’ voor hen en produceerde hun elpees. In 1972 verscheen zijn solo-elpee ‘Soul Improvisations’ op het Buddah label, met daarop de kleine hit ‘Let Me Down Easy’. Van vormde zijn eigen orkest, Soul City Symphony, en gebruikte Faith, Hope & Charity als achtergrondzangers.

Rond die tijd startte hij ook een samenwerking met songwriter & producer Charles Kipps, en arrangeerde verschillende hits voor de soulgroep The Stylistics. Op die manier kwam hij in contact met het producers duo Hugo Peretti en Luigi Creatore, die ermee instemden om met hem een instrumentaal album op te nemen voor het Avco label. Met die elpee ‘Love is the Answer’ leerde ik hem kennen, en ik hield er onmiddellijk van. Daarop staat een favoriete track van mij, het prachtige, majestueuze ‘African Symphony’.

In het voorjaar van 1975 werkte Van in de Media Sound studio’s in Manhattan, toen Dj David Todd hem uitnodigde in een club: de Adams’ Apple. Van bemerkte dat er in de disco een dans uitgevoerd werd die leek op de Latin Hustle. Daaruit kwam de inspiratie voor zijn miljoenen hit ‘The Hustle’, Die hit introduceerde disco dancing, en het is dan ook zijn bekendste song geworden. Het arrangement was gebaseerd op een orkestratie met weelderige strijkers, die zeer populair werd tijdens de vroege discoperiode. ‘The Hustle’ won een Grammy Award voor “Beste uitvoering door een orkest” in 1975. Van plaatste die hit op de grotendeels instrumentale elpee ‘Disco Baby’ op het Avco label. De titelsong ervan was geschreven door George David Weiss, Hugo Peretti en Luigi Creatore, en stond ook op de elpee ‘Thank You Baby’ van The Stylistics.

Van schreef tevens een deel van de muziek voor de Tv-klassieker ‘Woman Called Moses’, het verhaal rond Harriett Tubman. Mae West, de legendarische actrice, was de ster in haar eigen film ‘Sextette’ en vroeg Van om de titelsong te schrijven, en een gastoptreden in de film te maken. Maar hij was ook dikwijls te zien in de ‘Tonight Show’ en in de ‘Mike Douglas Show’.

Maar hij kon nooit meer het gigantische succes van ‘The Hustle’ herhalen. Hij bleef echter tot zijn dood elpees uitbrengen, en ik kocht ze allemaal. ‘From Disco to Love’ (1975), dat eigenlijk een heruitgave van ‘Soul Improvisations’ is, ‘The Disco Kid (1975), The Real McCoy (1976), ‘Rhythms of the World’ (1976), ‘Van McCoy and His Magnificent Movie Machine’ (1977), ‘My Favorite Fantasy (1978), Lonely Dancer (1979) en ‘Sweet Rhythm (1979). Kleinere hit scoorde hij met ‘Soul Cha Cha’ en ‘The Shuffle’.

Zijn laatste jaren werkte hij in partnership met songwriter & producer Charles Kipps, ondernam een wereldtournee, en daarna een grootse show in de Avery Fisher Hall in NYC. Van McCoy werd bedwelmd door het plotse sterdom, en kwam nooit meer toe aan het zachte leven van voorheen, en de vreugde die hij aan zijn carrière beleefd had. Verdriet en wanhoop over het verlies van zijn overleden familieleden brachten hem fysiek en emotioneel aan de grond. De 39 jaar oude ster kreeg hartproblemen in zijn huis in Englewood Cliffs, New Jersey, en stierf zonder nog bij bewustzijn te komen, op 6 juli 1979 in het Englewood General Hospital. Hij ligt begraven op het Lincoln Cemetery, Suitland, Maryland, een voorstadje van Washington, D.C.

Maar zijn muzikaal genie leeft nog steeds verder en blijft mensen over de gehele wereld inspireren, en daar ben ik blij om!

 

Patrick Van de Wiele

SCI-FI MUSIC 5

No one would have believed, in the last years of the nineteenth century, that human affairs were being watched from the timeless worlds of space. No one could have dreamed that we were being scrutinised as someone with a microscope studies creatures that swarm and multiply in a drop of water. Few men even considered the possibility of life on other planets. And yet, across the gulf of space, minds immeasurably superior to ours regarded this earth with envious eyes, and slowly, and surely, they drew their plans against us...

At midnight, on the 12th of August, a huge mass of luminous green gas erupted from Mars and sped towards Earth. Across two hundred million miles of void, invisibly hurtling towards us, came the first of the missiles that were to bring so much calamity to Earth. As I watched, there was another jet of gas. It was another missile, starting on its way...

And that's how it was for the next ten nights. A flare, spurting out from Mars. Bright green, drawing a green mist behind it; a beautiful, but somehow disturbing sight. Ogilvy, the astronomer, assured me we were in no danger. He was convinced there could be no living thing on that remote, forbidding planet...

The chances of anything coming from Mars are a million to one, he said.

The chances of anything coming from Mars are a million to one... But still, they come!

Then came the night the first missile approached Earth. It was thought to be an ordinary falling star, but the next day there was a huge crater in the middle of the Common, and Ogilvy came to examine what lay there. A cylinder, thirty yards across, glowing hot, and with faint sounds of movement coming from within. Suddenly the top began moving, rotating, unscrewing, and Ogilvy feared there was a man inside trying to escape. He rushed to the cylinder but the intense heat stopped him before he could burn himself on the metal... The chances of anything coming from Mars are a million to one, he said.

The chances of anything coming from Mars are a million to one, he said.

The chances of anything coming from Mars are a million to one... But still, they come!

It seems totally incredible to me now that everyone spent that evening as though it were just like any other. From the railway station came the sound of shunting trains, ringing and rumbling, softened almost into melody by the distance. It all seemed so safe and tranquil...

De echte sciencefiction fan weet natuurlijk al lang waar het hier om gaat. Het is de ouverture ‘The Eve of the War’ uit Jeff Wayne’s muzikale versie van H.G. Wells’ roman ‘The War of the Worlds’. Die song werd gecomponeerd door Jeff Wayne samen met Gary Osborne. Dit studioalbum van de Amerikaans/Britse componist, muzikant en producer werd op 9 juni 1978 uitgebracht door CBS Records. Het is inderdaad ‘The War of the Worlds’ op muziek gezet, want het was het enige boek dat bij hem muzikale ideeën opriep. Zo zette hij de strijkers in voor het thema van de mensen, en de elektronische kant om de Martianen voor te stellen. Het geheel groeide tot een ware rockopera, met een rockband, een orkest, een verteller en zangers. De verteller was wijlen acteur Richard Burton, en daarnaast kwamen gastartiesten Julie Covington (song ‘Don’t Cry for Me Argentina), David Essex (song ‘Gonna Make You a Star’), Justin Hayward (The Moody Blues), Phil Lynott (Thin Lizzy), Jo Partridge en Chris Thompson aan bod. Het album werd een commercieel succes, en won twee Ivor Novello Awards. Er werden 2 singles uit getrokken, de eerste deze ‘The Eve of the War’ op een discoritme, en de tweede ‘Forever Autumn’.

Voor de niet-sciencefiction fans onder ons, dit gaat over de invasie van de Marsmannetjes. In 1975 verkregen Jeff Wayne en zijn vader de rechten op dit boek, en hij ging ermee aan de slag. Het album ging in première op 1/6/1978 tijdens een show in het Londense Planetarium. Daarna kwamen er uiteraard andere versies op de markt, zoals in het Spaans en het Duits. Een remixversie van ‘The Eve of the War’ werd uitgebracht door de Nederlander Ben Liebrand. Ik bezit de originele elpee, maar in 2005 werd het gemastered op een Super Audio CD. Er werd zelfs een live show opgevoerd waarbij het virtuele hoofd van Richard Burton op het grote scherm te zien was als verteller. Ik was erbij, samen met wijlen Alfons Maes, toen die vele jaren geleden opgevoerd werd in de Antwerpse Lotto Arena. In 2006 kwam die show zelfs uit op een dvd.

Maar natuurlijk bestaan er heel wat coverversies van. Zo verwerkte men in Nederland in 1981 dat thema in de medley voor ‘Stars on 45’. Zelfs BZN zong het in 1987.

Andere instrumentale covers kwamen er door The Second Foundation (1979), Bagarre (1984), The Allen Toussaint Orchestra (1988), Ed Starink (1989), Project D in een medley (1990), m.a.s.s. (1991), Mark Hartman (1993), Space Sounds Unlimited (1996), The Film Score Orchestra (1997), The Big Movie Orchestra (2005) en Zoe McCulloch (2014).

Verder werd het nummer gesampled in 38 songs.

 

Meer info op:

https://www.thewaroftheworlds.com/

https://www.facebook.com/thewaroftheworlds

 

Patrick Van de Wiele

VOOR U OOK EEN CHOCOLADEKOEKJE?

Sedert ik ‘Theme from Shaft’ in 1971 als teenager hoorde, was ik verknocht aan wijlen Isaac Hayes. Over de jaren heen verzamelde ik bijna al zijn elpees of cd’s, en schreef er al verscheidene artikels over. Hij is overigens verantwoordelijk voor mijn ontdekking en voorliefde voor chocoladekoekjes. Meer daarvoor leest u hierna…

In juni 1975 verscheen zijn elpee ‘Chocolate Chip’, die ik toentertijd nog niet in mijn bezit had. Pas 5 jaar later kon ik deze tweedehands op de kop tikken. Op deze plaat staan verschillende zeer mooie tracks, zoals het sensuele ‘That Loving Feeling’, een cover van Tony Joe White; het al even sensuele ‘Body Language’ en uiteraard de titeltrack zelf, beiden van de hand van Isaac. En het is precies over die titeltrack dat ik het hier wil hebben.

Die moment maakte Isaac de overgang van soul naar disco, en dat hoor je uitstekend in ‘Chocolate Chip’. Isaac schreef deze song zelf, voorzag alle songs op de elpee van arrangementen en produceerde hem ook. Hij werd geruggensteund door de band Movement, waarvan de ritmesectie bestond uit: Charles “Skip” Pits en William “Boots” Vaughn op gitaar, Erroll Thomas op basgitaar, Willie Hall en Willie Cole op drums & tamboerijnen, Jimmy “Congalou” Thompson op conga en Lester Snell op keyboards, Fender Rhodes en RMI keyboard. Isaac zelf bespeelde akoestische piano, Fender Rhodes, RMI keyboard, computer & concertbelletjes. Voor de blazers deed Isaac ook beroep op Movement, meer bepaald op: Tommy William, Lewis Collins en Darnell Smith op tenorsax; Emerson Able en Bill Easley (die een solo gaf op ‘That Loving Feeling’) op altsax; Floyd Newman op bariton sax; Jack Hale en Jackie Thomas op trombone; Mickey “Shine” Gregory, William “Nookie” Taylor en Ben Cauley op trompet. De achtergrondzang werd geleverd door de Masqueraders.

Op de B-kant staat de instrumentale versie ervan.

Deze elpee kwam uit op zijn label Hot Buttered Soul Records, onder toezicht van ABC Records. Het was meteen zijn 7de studioalbum, dat hij uitbracht na het faillissement van het Stax label.

Hieronder vindt u alle tracks op die elpee:

A-kant:

‘That Loving Feeling’

‘Body Language’

‘Chocolate Chip’

 

B-kant:

‘Chocolate Chip’ (instrumental)

‘I Want to Make Love to You So Bad’

‘Come Live With Me’

‘I Can't Turn Around’

 

De song ‘Chocolate Chip’ bracht hij in 1977 samen met Dionne Warwick als duet, op een gezamenlijke elpee.

In ‘Chocolate Chip’ komt hij over als een macho, een wandelende seksmachine, een “ladies man”, en ziet zichzelf als een koekje met stukjes chocolade erin. Hij pocht op zichzelf wanneer hij zingt: “You ain't never had a nigger like me”. Dat leidde ertoe dat ik die koekjes kocht en er sedert nog steeds verlekkerd op ben. Probeer ze dus ook eens, en beluister terwijl deze song. Op die manier kan u zich inleven in Isaac’s gedachtengoed.  

 

Tekst

(Chocolate chip, chocolate chip)
(Master rip, master rip)


I'm mean, I'm clean

I'm a walking sex machine

I’m the slickest player in the street

I’ve got mack from way back

And my wardrobe stays in tack

You ain't never had a nigger like me

What’s my name? Chocolate Chip, Chocolate Chip

What's my game? Master rip. Master rip.

I keeps a bad ride and big money in my slide

And diamonds fit for a king

I can sing, I can dance

I’m the Godfather of Romance

You ain’t never had a nigger like me

What’s my name? Chocolate Chip, Chocolate Chip

What’s my game? Master rip. Master rip

 

I'm fast, I’ve got class

And a cold blooded pad

In every room a color TV

And you can really get down

With my collection of the latest sounds

You ain’t never had a nigger like me

What’s my name? Chocolate Chip, Chocolate Chip

What’s my game? Master rip. Master rip

I’ve got a strong reputation

All across the nation

I’m even known across the sea

I got gals from all the races

You see they come from a lot of places

You ain’t never had a nigger like me

What’s my name? Chocolate Chip, Chocolate Chip

What’s my game? Master rip. Master rip

I'm a lover for hire

I’ll set your soul on fire

Then chill you like it’s 32 degrees

I’m one of a kind

I’ll really wreck your mind

You ain’t never had a nigger like me

What’s my name? Chocolate Chip, Chocolate Chip

What’s my game? Master rip. Master rip.

 

Patrick Van de Wiele

WADE IN THE WATER

In 2018 schreef ik dit artikel. Gezien het recente overlijden van Ramsey Lewis (zie www.cultuurmania.com/news) koos ik als eerbetoon aan die legendarische pianist, voor een nieuwe publicatie.

 

Toen ik indertijd 18 jaar werd, mocht ik uitgaan. In mijn thuisstad bezocht ik toen dancings en discotheken, en leerde ik soulmuziek kennen. Dat was een omwenteling voor mij, ik die opgegroeid was met de hitparade. En sommige songs hadden zo’n impact op mij, dat ze tot op de dag van vandaag mij bijgebleven zijn. Uiteraard ben ik steeds soulmuziek blijven volgen, maar toch moet ik bekennen dat de “old school” soul beter klonk, dan wat men vandaag maakt.

Zo’n typische soulsong, die mij steeds bijgebleven is, is wel ‘Wade in the Water’, meer bepaald in de souljazzuitvoering van Ramsey Lewis. Later ontdekte ik dat er meerdere versies waren, en geloof me nu of niet, maar vorige week kwam een elpee in mijn bezit, waar ik al jaren op aasde. Dat was ‘Tobacco Road’ van Brother Jack McDuff (Atlantic, 1967), en daarop stond…’Wade in the Water’. Dit bracht me op het idee om die song eens uit te diepen. En wat ik vond was uitermate interessant, dat ik het met u wil delen.

‘Wade in the Water’ is namelijk een Negro spiritual, die voor het eerst vermeld werd in 1901 in ‘New Jubilee Songs’ door John Wesley Work II en zijn broer Frederick J. Work, in de versie van Fisk Jubilee Singers! Die song heeft zowel betrekking op het Oude als op het Nieuwe Testament. Vooral verwijst ze naar de tocht van de Israëlieten door de Rode Zee, toen die uit Egypte ontsnapten (het boek ‘Exodus’). Het refrein refereert naar heling.

Daarnaast beweren heel wat Internetbronnen en boeken dat deze song expliciete instructies bevat om ontsnapte negerslaven erop te wijzen hoe ze moesten na hun ontsnapping, onontdekt blijven, door in het water te waden en zo hun sporen uit te wissen. Zo’n boek is ‘Pathways to Freedom: Maryland & the Underground Railroad’. Daarin wordt uitgelegd hoe Harriet Tubman in de 1850’s dat aan de slaven wijsmaakte, zodat de bloedhonden hun spoor kwijtraakten.

De eerste commercieel opgenomen versie ervan werd uitgebracht op Paramount Records door Sunset Four Jubilee Singers in 1925 als ‘Good News Chariot's Coming and Wade in the Water’.

Een andere versie van deze song werd uitgevoerd door The Staple Singers, en werd in de USA een onderdeel van de burgerrechtenbeweging. De versie die mij nog ’t meest aan het hart ligt is dus van het Ramsey Lewis Trio uit 1966. Dat inspireerde dan weer andere artiesten tot hun eigen instrumentale versie, zoals Herb Alpert and the Tijuana Brass en Billy Preston (1967 & 1968). Daarop inpikkend wil ik u erop wijzen dat Herb Alpert, die nu ondertussen 83 jaar geworden is, die song heropgenomen heeft op zijn nieuwste cd ‘Music Volume 3: Herb Alpert Reimagines The Tijuana Brass’. Het is nu wel een bossa nova-achtige versie geworden op een eigentijdse beat.

Verder werd de track gebruikt in de Tony!Toni!Toné hit ‘Little Walter’ uit 1988. De band Half Man Half Biscuit parodieerde de song in 2008 in ‘Took Problem Chimp to Ideal Home Show’ op hun album ‘CSI-Ambleside’, met het refrein “wade in the watertube”.

Het compilatiealbum ‘Roots & Collaborations’ van de Australische zanger Nick Cave uit 2009 vermeldt dat de versie van het Golden Gate Quartet een van de muziekbronnen is die hem geïnspireerd hebben. 

Hierna vindt u een chronologische lijst van coverversies:

The Charioteers (1939)

Golden Gate Quartet (1946)

Odetta The Tin Angel (1954)

The Folksmiths met Joe Hickerson (1958)

Ella Jenkins and the Goodwill Spiritual Choir (1960)

Johnny Griffin The Big Soul Band (1960)

Judy Henske (1963)

The Soul Stirrers (1963)

The Graham Bond Organisation (1965)

The Staple Singers (1965)

Ramsey Lewis Trio (1966)

Marlena Shaw (1966)

Herb Alpert and the Tijuana Brass (1967)

Billy Preston (1968)

Big Mama Thornton (1968)

Harvey Mandel Cristo Redentor (1968)

The Chamber Brothers (1969) op ‘Love, Peace and Happiness’

CCS (1970)

Alex Harvey met Rock Workshop (1971)

Peter Herbolzheimer (1972)

Ellen McIlwain (1972)

Fine Young Cannibals (1985)

Tony!Toni!Toné (1988)

Eva Cassidy (1997)

Make-up (1997)

Chanticleer (1997 & 2005)

Mary Mary Thankful (2000)

Bob Dylan (2001) op ‘Live 1961-2000: Thirty-Nine Years of Great Concert Performances’

Moses Hogan (2002)

Marc Broussard’s song ‘Home’ (2004) bevat het refrain.

IIIrd Tyme Out (2004)

Mavis Staples (2008)

  1. Boykin (2009)

John Boutte voor de film ‘Wade in the Water’

Patty Griffin (2010)

Cerys Matthews (2011)

Tedeschi Trucks Band (2012)

Aleksander Vinter (2012) samplede de song

Tina Savage (2013)

Jamie N Commons (2013)

Frances Madden (2014)

Sirena: the Sirens (2014)

PJ Harvey (2016)

Hierna vindt u de tekst van de song (maar opgelet, er bestaan heel wat variaties):

 

Wade in the water

Wade in the water, children,

Wade in the water

God's gonna trouble the water.

 

Wade in the water

Wade in the water, children,

Wade in the water

God's gonna trouble the water.

 

See that host all dressed in white

God's gonna trouble the water

The leader looks like an Israelite

God's gonna trouble the water.

 

Wade in the water

Wade in the water, children,

Wade in the water

God's gonna trouble the water.

 

See that band all dressed in red

God's gonna trouble the water

Looks like the band that Moses led

God's gonna trouble the water.

 

Wade in the water

Wade in the water, children,

Wade in the water

God's gonna trouble the water.

 

Look over yonder, what did I see?

God's gonna trouble the water

The Holy Ghost a-coming for me

God's gonna trouble the water.

 

Wade in the water

Wade in the water, children,

Wade in the water

God's gonna trouble the water

 

If you don't believe I've been redeemed

God's gonna trouble the water

Just follow me down to the Jordan's stream

God's gonna trouble the water.

 

Wade in the water

Wade in the water, children,

Wade in the water

God's gonna trouble the water.

 

Tijd dus om een pootje te baden?

 

Patrick Van de Wiele

CRISTO REDENTOR

Dit artikel schreef ik al in 2007. Nu heb ik het verder uitgewerkt en geactualiseerd.

 

Op muzikaal gebied sta ik open voor verscheidene genres, stijlen, artiesten enz. Misschien kent u mij alleen maar van mijn soul- of jazzrecensies en dito artikels, maar geloof me vrij, buiten klassiek (met twee uitzonderingen), techno en hiphop heb ik mij ooit op verschillende muzikale terreinen begeven. Ik was in 1968 met de singles uit de hitparade gestart, maar na verschillende jaren raakte ik daarop uitgekeken. Ook herinner ik me nog goed toen ik mijn eerste singles kocht, dat ik even gretig naar de B-kant luisterde, en daar soms ook goede nummers ontdekte. Later kwamen ook minder bekende elpeetracks aan bod. Een mens moet nu eenmaal verder leren kijken dan de commerciële kant van de zaak, en zijn geest openstellen voor andere muziek. En vandaag de dag luister ik bewust niet meer naar de hitparades, maar sta open voor onbekend talent. Die “independent” manier van releases is overigens wereldwijd aan de gang. Heel wat artiesten zijn niet meer tevreden met de gang van zaken bij de “major labels”.

 

Er is een gezegde, en ik weet echt niet meer wie dit ooit zei, dat zegt: “Vroeg of later kom je uit bij jazz”. Wel, met jazz flirt ik al van in 1976, meer bepaald sinds George Benson’s elpee ‘Breezin’’. Toen ik in 2003 de nieuwste cd ‘Timeagain’ van de Amerikaanse saxofonist David Sanborn recenseerde, ontdekte ik het jazznummer ‘Cristo Redentor’. Onmiddellijk legde ik de link naar Christus, maar ging er verder niet op in. Ik vond het een zeer mooi nummer, maar door tijdsgebrek bleef het aan de kant geschoven. Het is overigens de enige track met vocalen op deze cd, let wel: ik zeg vocalen en niet tekst, want je hoort in dit nummer enkel engelachtige, harmonische zang (door Lani Groves, Arnold McCuller, David Lasley en Valeri Pinkston). De vocalen bij deze song werden apart opgenomen in een andere studio dan de instrumenten. Het nummer werd gecomponeerd door Duke Pearson. Gewapend met deze informatie ging ik verder op zoek…

Mijn intuïtie bleek juist te zijn, want al gauw bleek dat de song ‘Cristo Redentor’ geïnspireerd werd door het achtendertig meter hoge art deco standbeeld van Jezus Christus, dat op de zevenhonderd en tien meter hoge berg Corcovado staat, in de wijk Alto da Boa Vista, en uitkijkt op Rio de Janeiro in Brazilië. “Cristo Redentor” is Portugees en in het Nederlands wordt dat dan Christus de Verlosser. De lengte- en breedtegraden (voor de GPS fanaten onder ons) zijn 22°57’ Z en 43°12’ W. De aanzet voor dit standbeeld kwam in 1850 van de katholieke priester Pedro Maria Boss. Hij vroeg prinses Isabel van Portugal om de nodige fondsen, maar zij ging daar niet op in. Toen Brazilië in 1889 een onafhankelijke republiek werd, stond in de wet te lezen dat kerk en staat dienden gescheiden te blijven. Daardoor werd het project definitief afgeblazen. Nochtans haalde de kerkelijke autoriteit van Rio in 1921 het idee van onder het stof. Er werd een “Semana do Monumento” of een Monumentenweek georganiseerd om het nodige geld te vergaren, en dat lukte nog ook. De Braziliaanse kunstenaar Heitor da Silva Costa ontwierp het standbeeld, en de Franse beeldhouwer Paul Landowski construeerde het. Het werd gebouwd in gewapend beton, en de buitenste lagen zijn in zeepsteen. Dat laatste omdat het gemakkelijk te bewerken is, en resistent aan de weersomstandigheden. Dat vergde vijf jaar en op 12/10/1931 kon het onthuld worden. Deze ceremonie viel samen met de Nossa Senhora Aparecida, de dag van de Braziliaanse patroonheilige. President Getúlio Vargas leidde de ceremonie, waarbij één van de hoogtepunten, het inschakelen van het verlichtingssysteem moest worden. Er was gepland dat radiopionier Guglielmo Marconi dat van op zijn jacht in Napels zou doen, maar door de slechte weersomstandigheden ging dat niet, en dienden de arbeiders bij Corcovado dat zelf te doen. Het monument weegt zo’n 1145 ton, heeft dus een hoogte van 38 meter, en de spanwijdte tussen de armen bedraagt 28 meter. Het beeld werd in Frankrijk vervaardigd, aan Brazilië geschonken, en in stukken van 16 ton verscheept naar Rio. Het gezicht ervan werd uitgevoerd door de Roemeense beeldhouwer Gheorge Leonida, en de betonconstructies werden ontworpen door de Frans architect Albert Caquot. 

Maar daarmee stopte mijn research niet. Corcovado deed bij mij ook een belletje rinkelen, want de naam van die berg is tevens een songtitel. ‘Corcovado’ is een nummer dat gecomponeerd werd door Antonio Carlos Jobim, samen met DeMoraes. Het onderwerp is de Morro de Corcovado (bochel in het Portugees), en dat is een granieten rots die zich in het Floresta da Tijuca bevindt, en dat is een nationaal park en tevens het grootste stadsbos. De berg Corcovado ligt ten westen van het centrum, maar nog net binnen de stadsgrenzen van Rio. De beste manier om zich naar de top te begeven is de trein, de Corcovado Rack Railway. Die vertrekt vanuit Cosme Velho en is te bereiken met de bus vanuit Copacabana (ook weerom een songtitel), en vanuit Ipanema (ook weerom een deel van een songtitel). Indien u de reis naar boven wil maken, let dan onderweg op de kleurige standbeelden die naast de rails staan. Lange tijd kon Cristo Redentor alleen bereikt worden via een trap met tweehonderdtweeëntwintig treden. Maar op 20/1/2003 werden er een drietal liften en vier roltrappen geïnstalleerd. Voor de chauffeurs onder ons, je kunt er ook met de wagen geraken. En tot slot, via de mooie, maar vermoeiende wandelroute naar het Lage-park in de Jardim Botânico kan u er te voet naar toe!

 

U ziet nu zelf dat een opzoeking kan leiden tot een nieuwe opzoeking, en zo verder… Goed, nu even terug naar Cristo Redentor. U bent misschien op de hoogte van de wereldwijde stemming met betrekking tot de zeven nieuwe wereldwonderen. Deze competitie werd uitgeschreven door de UNESCO en door de New Seven Wonders Foundation. Wel, dit standbeeld is bij de uitverkorenen! Inderdaad, het werd in 2007, samen met zes andere sites, uit de lijst van éénentwintig genomineerden gekozen. Het standbeeld is het meest recente uit die lijst. President Lula van Brazilië had zijn landgenoten opgeroepen om massaal op hun nationale trots te stemmen. “Ik hoop dat het Braziliaanse volk erop zal stemmen. Ik hoop dat er met het hart, en de trots wordt gestemd, omdat we met het beeld één van de zeven finaleplaatsen kunnen bemachtigen. Want de Cristo Redentor is een bijzonder object voor het Braziliaanse volk en voor alle toeristen die ons land bezoeken.”

 

De voorbije jaren ontdekte ik dat er op verschillende plekken in de wereld andere enorme Christusbeelden bestaan, of zelfs nog in aanbouw zijn. Een lijstje daarvan vindt u op https://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_de_hoogste_Christusbeelden.

Zelf zag ik in februari van dit jaar het beeld Cristo de La Habana staan in Havana, de hoofdstad van Cuba. En begin dit jaar las ik dat men in Brazilië nog een groter Christusbeeld aan het bouwen is. In Encantado in het zuiden verrijst momenteel een stalen constructie die moet uitgroeien tot een beeld van 43 meter.

 

Terug nu naar de muziek, want daar is het mij om te doen. ‘Cristo Redentor’ is dus van de hand van Duke Pearson, een Amerikaanse jazzpianist (17/8/1932 – 4/8/1980). Hij trok de aandacht van Donald Byrd, die hem vroeg om in zijn band te komen spelen. Op de elpee ‘A New Perspective’ van Byrd uit 1963 arrangeerde Pearson vier tracks, waaronder ‘Cristo Redentor’. Dat werd een grote hit. Pearson zei later dat de song geïnspireerd was door een reis naar Brazilië, tijdens een tournee met Nancy Wilson. Hij zou het nummer ook zelf opnemen, en het staat op zijn elpees ‘How Insensitive’ en ‘Let’s Celebrate’.

 

Verder werd het nummer nog chronologisch gecoverd door:

 

Billy Larkin & The Delegates (1965), Johnny Lytle (1966), Charlie Musselwhite’s Southside Band (1967), Duke Pearson (1969), Bobby Bryant (1969), Vince Guaraldi (1970), Teisco Del Rey (1994), Al Williams (2001), David Sanborn (2003), Swingadelic (2011), Joe Rigby (2011), Ed Cherry (2012), The Jazz Professors (2013), Dave Posmontier Trio (2014), Charlie Musselwhite & Richard Bargel (2015), Saimaa (2015), Bas van Lier Trio (2017), Mark Hummel (2018), Amber Weekes (2021).

 

Ik vond ook nog covers door:

 

Jon Batiste, Bishop/Milite (2004), Canned Heat, Herbie Hancock, Billy Larkin (2005), Lonza Lester (2003), Harvey Mandel (2003), Mick Martin & the Blues Rockers (2000), Bill McGee (2004), David “Fathead” Newman (2002), Eddie Gip Noble (2007), The Soulbenders (2000), Spiritus (2003), Brian Tyler, Jack Walrath (2005), Bobby Watson (1998).

 

En uiteraard werd het gesampled door Action Bronson (2012), ScHoolboy Q (2016) en Shyheim (1994).

 

Nu is het zo dat ik in een documentaire zag dat er in de stad Rio bepaalde sloppenwijken zijn, favella’s genaamd, waar drugsbaronnen en drugsbendes de plak zwaaien, en de politie zich slechts zwaar bewapend in gepantserde voertuigen durft te vertonen. Een heel ander beeld dan het tropisch, toeristisch aantrekkelijk imago dat ik van Brazilië heb. Een geluk dat wij hier veilig van die leuke muziek kunnen genieten!

 

Patrick Van de Wiele

SCI-FI MUSIC 4

In deze vierde aflevering verplaats ik mij naar een post-apocalyptische wereld, namelijk die van ‘Mad Max’. In 1979 werd de eerste prent uit dat universum vanuit Australië op wereld losgelaten. Hoofdrolspeler Mel Gibson was toen vrijwel nog onbekend. Hij speelde de rol van Max Rockatansky, een politieman die na de dood van zijn vriendin opkomt tegen de wetteloze bendes. Twee jaar later verscheen het vervolg ‘Mad Max 2: The Road Warrior’, en in 1985 volgde ‘Mad Max 3: Beyond Thunderdome’. Dit is voor mij de beste prent uit de reeks, in een regie van George Miller/George Ogilvi. Daarmee was de kous nog niet af, want in 2015 werden we getrakteerd op ‘Mad Max: Fury Road’, in mijn ogen een mislukking. En er zijn plannen voor delen 5, 6 en 7.

Maar u raadt het al, ik wil het hier hebben over de derde film in het rijtje, omdat de hitsong daaruit wereldberoemd werd. Tina Turner zong die, en speelde tevens het personage Aunty Entity in die prent. Max wordt daarin beroofd van al zijn bezittingen en kan nog net de stad Bartertown bereiken, die gerund wordt door de Amazone-achtige Aunty Entity. Hij sluit een deal met haar en vecht namens haar in de Thunderdome, een kooi waarin gevechten op leven en dood worden gehouden. Entity belazert hem en gooit hem daarna de woestijn in. Met hulp van een groep kinderen die hij bij een oase vindt, en die in hem de man uit hun profetie zien, die hen gaat redden, gaat Max weer terug naar Bartertown, om met Entity af te rekenen.

Het was Tina’s eerste filmrol in meer dan een decennium, want de vorige was The Acid Queen in de rockopera ‘Tommy’ van The Who uit 1975. Tina zei achteraf in 1988 over haar rol: "Aunty Entity was not as fierce as I wanted her to be. I wanted her to go back into the trunk and pull out the clothes that she was wearing when she built that city, because she built herself up from nothing and she definitely wasn't wearing that chain dress and those high-heeled shoes."

De song ‘We Don't Need Another Hero (Thunderdome)’, te horen op het einde van de film tijdens de generiek, werd geschreven door de Brit Terry Britten en de Schot Graham Lyle. Die werd in juni 1985 uitgebracht als single, en staat uiteraard ook op de soundtrack van de film. Het duo dat de song schreef, was voorheen al verantwoordelijk voor Tina’s hit ‘What’s Love Got to Do with it’. Voor hun samenwerking in ‘Thunderdome’ kregen de songwriters de Ivor Novello Award voor “Best Song Musically and Lyrically”. Daarnaast volgde voor Tina zelf een Golden Globe nominatie voor “Best Original Song”, en een Grammy Award nominatie voor “Best Female Pop Vocal Performance”. Maar ze haalde die niet binnen.

In de bijbehorende videoclip zie je Tina in haar maliënkolder zingen, die naar verluidt 55 kg woog, terwijl verschillende scènes uit de film afwisselen. Naar het einde toe zie je saxofonist Timmy Capello (die met haar mee op tournee ging) schitteren. Die videoclip werd genomineerd voor een MTV Video Music Award voor “Best Female Video”. Tina zelf kreeg steun van een kinderkoor uit King's House School in Richmond, Londen. Hun gezang werd eerst opgenomen in de beroemde Abbey Road studio’s, en Tina’s stem werd er later bijgevoegd. Tina zong tevens de openingstrack, ‘One Of The Living’, die ook een hit werd, en waarvoor ze wel de Grammy Award voor “Best Female Rock Vocal Performance” ontving. Later werd een uitgebreide versie van ‘Thunderdome’ uitgebracht op een maxisingle, met een instrumentale versie op de keerzijde.

Uiteraard bestaan er coverversies, gezongen en instrumentaal, die variëren van jazzy tot heavy metal. Ik som ze even op: Fausto Papetti (1985), The London Symphony Orchestra (1987), The Shadows (1987), The Jimmy’s (1990), Francesca Pettinelli (1994), Shirley Bassey (1995), The Gary Tesca Orchestra (1995), Per Nielsen (1997), The BB Band (1999), Studio 99 (1999), Regina Lund (2000), Milton Guedes (2000), The Starsound Orchestra (2002), Jane Child (2004), Northern Kings (2007), Linda Eder (2009), Boombastic (2012), Espen Eriksen Trio (2012), Carl Wave (2014), Amandine Bourgeois (2015), Hannah Kirby (2015), Emilie Garcia (2015), Smooth Jazz All Stars (2016), 8 Bit arcade (2018), Adrienne Warren (2019), At the Movies (2020), Shawn Colvin (2020), Channah Hewitt (2021), Sweet Little Band (2021).

 

Tekst:

Out of the ruins
Out from the wreckage
Can't make the same mistake this time

We are the children
The last generation (the last generation)
We are the ones they left behind

And I wonder when we
Are ever gonna change, change
Living under the fear
'Til nothing else remains

We don't need another hero
We don't need to know the way home
All we want is life beyond the Thunderdome

Looking for something
We can rely on
There's gotta be something better out there

Love and compassion
Their day is coming (coming)
All else are castles built in the air

And I wonder when we
Are ever gonna change, change
Living under the fear
'Til nothing else remains

All the children say
We don't need another hero
We don't need to know the way home
All we want is life beyond the Thunderdome

So, what do we do with our lives?
We leave only a mark
Will our story shine like a light
Or end in the dark
Is it all or nothing?

We don't need another hero
We don't need to know the way home
All we want is life beyond Thunderdome

All the children say
(We don't need another hero)
We don't need another hero
(We don't need to know the way home)
(All we want is life beyond the Thunderdome)

 

Misschien bekruipt u nu de lust om die film nog eens te bekijken. Maar bekijk vooral de onderstaande videoclips.

 

Patrick Van de Wiele

SCI-FI MUSIC 3

Dit is alweer de derde aflevering van mijn rubriek over muziek in het thema van sciencefiction, ruimtevaart, futurologie of zelfs ufologie. En geloof me vrij, er staan heel wat tracks en artiesten in mijn hoofd te drammen om aan bod te komen!

Wanneer je denkt aan sciencefictionachtige muziek, kom je uiteraard bij de Duitse band Kraftwerk uit. Dit kwartet werd in 1970 in Düsseldorf opgericht door Ralf Hütter en Florian Schneider. Ze worden wereldwijd aanzien als innovatieve pioniers van elektronische muziek, en waren bovendien één van de eerste groepen om dit genre te populariseren. De band startte als onderdeel van het Duitse “krautrock” genre, waarna ze volledig overschakelden op elektronische instrumenten. Denk daarbij aan synthesizers (een instrument dat mij steeds geboeid heeft), drummachines en vocoders. Wolfgang Flür kwam er in 1974 bij, en het jaar daarop vervoegde Karl Bartos de band, en zo was de line-up compleet. Er volgden succesvolle albums zoals ‘Autobahn’ (1974), ‘Trans-Europe Express’ (1975), ‘The Man Machine’ (1978) en ‘Computer World’ (1981). En precies over een track uit ‘The Man Machine’ wil ik het hier hebben.

Kraftwerk ontwikkelde een “robot pop” stijl, die elektronische muziek combineerde met popmelodieën, schaarse arrangementen en repetitieve ritmes, en zorgde ervoor dat hun look daar bij paste. Het is niet mijn bedoeling dat ik hier hun ganse biografie schrijf, ik ga me hierna concentreren op één van meest sciencefictionachtige tracks, nl. ‘The Robots’. Zoals gezegd staat die track op de elpee ‘The Man Machine’ (in het Duits ‘Die Mens-Machine’). Nu heeft de interactie tussen mens en machine mij ook steeds gefascineerd, ik denk dat die begon met de Tv-reeks ‘The Six-Million Dollar Man’, maar voor mij zijn hoogtepunt bereikte met de Borg uit de ‘Star Trek’ sage. En geloof me vrij, we zijn als mens goed op weg om in de nabije toekomst allemaal op een of andere manier cyborg te worden.

Maar goed, ik ging het over muziek hebben. ‘The Man Machine’ werd in 1978 opgenomen in de Kling Klang studio, maar door Joschko Rudas en Leanard Jackson gemixt in de Studios Rudas in Düsseldorf. De bekende rood/zwarte cover van de elpee die ik bezit was geïnspireerd door de Russische artiest El Lissitzky en de Suprematisme beweging. De bandleden staan erop afgebeeld in dezelfde kleuren met rode hemden en zwarte dassen.

De single ‘The Robots’ (in het Duits ‘Die Roboter’) kwam er in datzelfde jaar, met op de achterkant ‘Spacelab’. De tekst van de song refereert naar de toen revolutionaire techniek van robotica, en hoe mensen die kunnen gebruiken zoals ze willen. Tijdens de intro hoor je de Russische tekst: "Я твой слуга" (Ya tvoy slugá, "I am your servant") en "Я твой работник" (Ya tvoy rabótnik, "I am your worker"). De overige Engelstalige tekst wordt gezongen via een vocoder, waarbij de menselijke stem digitaal wordt omgezet. Wolfgang Flür schreef in 2003 overigens een boek daarover, ‘Ich war ein roboter’ ofwel ‘I Was a Robot’. Dat boek wordt nu gezien als een controversiële en compromisloze autobiografie van de band, omdat de andere groepsleden dat probeerden te censureren. De songtitel werd in 2007 door de BBC gebruikt voor de BBC Radio 4 documentaire ‘Kraftwerk: We Are the Robots’. Kraftwerk wordt nu ook genoemd als The Beatles van de elektronische muziek.

De song wordt nu aanzien als één van hun beste tracks, en wanneer die live gebracht wordt, worden de groepsleden vervangen door robots die op hen gelijken. Soms zijn dat zelfs robotten zonder benen.

In 1991 werd de song compleet geremixt, en maakt deel uit van het album ‘The Mix’, alhoewel de stijl ervan nu meer naar disco & dance neigt.

Hierna volgt de tekst van het liedje:

Я твой слуга
Я твой работник

We're charging our battery
And now we're full of energy
We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

We're functioning automatic
And we are dancing mechanic
We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

Я твой слуга
Я твой работник
Я твой слуга
Я твой работник

We are programmed just to do
Anything you want us to
We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

We're functioning automatic
And we are dancing mechanic
We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

Я твой слуга
Я твой работник
Я твой слуга
Я твой работник

We're functioning automatic
And we are dancing mechanic
We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

We are programmed just to do
Anything you want us to
We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

We are the robots
We are the robots
We are the robots
We are the robots

We are the robots
We are the robots
We are the robots
(We are the robots)

Covers hiervan kwamen er uiteraard ook. In 2012 werd ‘Die Roboter’ door Axxis uitgebracht. Instrumentaal namen achtereenvolgens Balanescu Quartet (1992), Terre Thaemlitz (1997), The Bad Plus (2016), 8 Bit Arcade (2016) en Ebony Steel Band (2019) het op. Maar tevens kwamen er ondermeer covers in versies door Between The Sheets (1983), Coptic Rain (1994), Teler’s (1995), Basskraft (1998), Dynamichrome (2000), Señor Coconut y su conjunto (2000), Zu + Eugene Chadbourne (2001) en Siddharta (2005). En daarnaast werd het maar liefst door 56 artiesten gesampled, vorig jaar nog door Noys R Us in hun track ‘Enjoy’.

Op 12 augustus as. staat de 3D toer van Kraftwerk live op de Lokerse Feesten! Tegenwoordig bestaat de line-up uit: Ralf Hütter (het enige nog levende originele lid), Henning Schmitz, Fritz Hilpert en Falk Grieffenhagen.

Reden te meer om, indien u het niet kent, alsnog met dit liedje kennis te maken. En maak daarbij de robotachtige bewegingen! Zo verplaatst u zich in hun geest.

 

Patrick Van de Wiele

SCI-FI MUSIC DEEL 2

Deze tweede aflevering staat in het teken van de bekende song ‘Clouds Across the Moon’. Luister mee naar dit intergalactische telefoontje.

 

In 1985 bracht de RAH band het nummer ‘Clouds Across the Moon’ uit, dat onmiddellijk insloeg als een bom. De RAH band is de afkorting van het Britse Richard Anthony Hewson orkest, dat echter een zuiver studio-orkest was, en reeds in 1976 opgericht werd. Hewson startte al tijdens de jaren ’60 als arrangeur en multi-instrumentalist, en werkte met wereldsterren, zoals James Taylor, Herbie Hancock, Supertramp, Diana Ross, Carly Simon, Art Garfunkel, Leo Sayer, Al Stewart, Chris de Burgh, Fleetwood Mac en Chris Rea. Zo arrangeerde hij voor The Beatles ‘The Long and Winding Road’, en voor Mary Hopkin ‘Those Were the Days’. In 1977 scoorde hij zijn eerste solohit met het instrumentale ‘The Crunch’.

Naast de RAH band was hij tijdens de eighties ook als producent werkzaam voor Toyah Willcox, Five Star en Shakin’ Stevens. Tegenwoordig zou hij muziek voor Tv- en reclameprogramma’s schrijven. Op zijn website kondigt hij echter een nieuw optreden met de band in Londen aan.

‘Clouds Across the Moon’ viel vooral op door zijn futuristische videoclip. De song is afkomstig uit het album ‘Mystery’, en het nummer werd gezongen door Richard’s toenmalige vrouw Liz. De RAH band bracht talloze mooie singles uit, zoals ‘Messages from the Stars’, ‘Roll me down to Rio’, ‘Sam the Samba Man’ en ‘Perfumed Garden’, die ik allemaal bezit. ‘Clouds Across the Moon’ is echter de enige in dat rijtje dat de Belgische en Nederlandse hitparades wist te bereiken.

Waarover gaat de song dan? Wel, in de toekomst woedt er een honderdjarige oorlog met de planeet Mars. Een vrouw belt jaarlijks via een intergalactische verbinding (en nog via een manuele operator, die je kunstjes in de videoclip ziet maken) naar haar man op vlucht 247 naar Mars. Maar mijnheer blijkt ondertussen al met een andere dame bezig te zijn..

Hewson zei tijdens een interview in 1985 het volgende: "much more difficult to make these calls since British Telecom was privatized. The phone call cost about five million six hundred and forty thousand pounds and forty pence.”

In 1995 coverde de Japanse techno producer Yoshinori Sunahara de track op zijn debuutalbum ‘Crossover’. Drie jaar later was het de beurt aan het Noorse elektronische duo Frost om dat ook te doen op hun debuutalbum ‘Bedsit Theories’. In 1999, werd het nummer geremixt door de Duitse houseband Tiefschwarz. Vijf jaar later, in 2004 volgden December Boys met een cover, en in 2007 bracht Hewson het nummer opnieuw uit, ditmaal met een andere zangeres, nl. Emma Charles onder de naam ‘Clouds Across the Moon 07’. Deze nieuwe versie baadt in een echt jazzfunk sfeertje. En in 2008 coverde de Filipijnse zangeres Regine Velasquez het op haar album ‘Low Key’. In datzelfde jaar deed Nashira dat ook. Maar ook de Italiaanse zangeres Elly Bruna coverde het in 2010. En Evita deed het haar na in 2017, terwijl de voorlopige laatste cover dateert uit 2019 van de hand van Le Flex.

En uiteraard bestaan er verschillende remixes op maxisingle.

Hierna vind u de tekst:

INTRO

"Good evening. This is the intergalactic operator. Can I help you?"

"Yes. I'm trying to reach flight commander P.R. Johnson, on Mars, flight 2-4-7"

"Very well, hold on please [beeping]. Get through!"

"Thank you operator!"

 

VERSE 1 :

Hi darlin' ! How are you doing ?

Hey baby, were you sleeping ?

Oh I'm sorry, but I've been really missing you !

 

Hi darlin' ! How's the weather?

Say baby, is that cold better now ?

Oh I'm sorry, is there someone there with you??

 

BRIDGE:

Ooooh...since you went away, there's nothing goin' right !

I just can't sleep alone at night... I'm not ashamed to say

I badly need a friend...or it's the end.

 

CHORUS:

Now, when I look at the cloud's across the moon.

Here in the night I just hope and pray that soon.

Oh baby, you'll hurry home to me. VERSE 2 :

Hi darlin', the kids say they love you.

Hey baby, is everything fine with you?

Please forgive me, but I'm trying not to cry...

 

BRIDGE :

Ooooh...I've had a million different lovers on the phone.

But I just stayed right here at home.

I don't think that I can take it anymore this crazy war.

 

CHORUS

"I'm sorry to interrupt your conversation, but we are

experiencing violent storm conditions in the asteriod belt at this

time. We may lose this valuable deep space communication link.

Please, be as brief as possible.

Thank you."

 

BRIDGE

or it's...or it's..."Hello?" "Hello operator?"

" Yes, we've lost the connection! Could you try again please?"

-"I'm sorry, but I'm afraid we've lost contact with Mars 2-4-7

at this time."

 

CHORUS repeat 3 times WHILE SAYING:

 

"Ok. Thank you very much...

I'll...I'll try again next year...next year...next year...next year..."

 

Meer info:

https://www.therahband.com/

 

Patrick Van de Wiele

SCI-FI MUSIC

In deze nieuwe rubriek zal ik songs en albums bekijken die qua thematiek of muzikaal te maken hebben met sciencefiction, futurologie, ufologie of ruimtevaart.

Om te starten dacht ik terug aan de discosong ‘Spacer’ van Sheila B. Devotion uit 1980. Dit liedje werd geschreven en geproduceerd door het bekende duo, wijlen Bernard Edwards (basgitaar) en Nile Rodgers (gitaar) van Chic. Het werd een Europese top 10 hit, en verkocht wereldwijd meer dan 5 miljoen maal! Het liedje stond op het album ‘King of the World’ van Sheila B. Devotion, maar luidde voor hen tevens hun zwanenzang in. Heel wat jaren later werd het ook uitgebracht op cd, aangevuld met remixen en bonustracks. Meer dan 20 jaar na het uitbrengen van deze song samplede het team van Army of Lovers het voor de Zweedse groep Alcazar, onder naam ‘Crying at the Discotheque’. Ook Anne Clark samplede het al in 1991 voor ‘Abuse’.

Christopher John en zijn orkest coverde het in 1979 als ‘Spacer’, The Hiltonaires in 1980 als ‘Spacer’, Mirage in 1986 in de medley ‘Mirage’, Ketty DB in 1993 als ‘Spacer’, Precious Wilson (de ex-zangeres van de groep Eruption) samen met The Funky French Guy in 1992 als ‘Spacer’, Starbossa in 2010 als ‘Spacer’, Eldissa in 2016 als ‘Spacer’, en Camille Lou in 2017 als ‘Spacer’.

Ook nog in 1992 remixte de Franse Dj Dimitri From Paris het in ‘Spacer (Down to Earth Mix)’. En Plaything deed dat in 2001 voor de techno track ‘Into Space’.

In 2020 bracht de Britse Sophie Ellis-Bextor op haar beurt een cover van ‘Crying at the Discotheque’ uit. Tenslotte was het de beurt aan Crew 7 & Jacques Raupé om een dansversie van ‘Spacer’ op de markt te gooien.

De tekst van het liedje gaat over een vrouw die zingt dat ze verliefd is op een ruimtevaarder, een sterrenjager, een “ladies man”.

 

De tekst van het liedje gaat als volgt:

He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a ladies man
Always greets with a kiss on the hand
He protects us all
At the ready to answer our call
In his own special way
He is gentle and kind, Oppression he hates
Love in his eyes
My heart skips a beat when I'm by his side
He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a spacer
A star chaser
A spacer
In our galaxy
You can't trust everyone that you meet
I'm so lucky
He's the only one I'll ever need
He will blast off tonight
He puts his life on the line ever time he's in flight
A man you can't trace
But our love will last beyond time and space
He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a spacer
A star chaser
A spacer

He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a spacer
A star chaser
A spacer
He's a spacer
A star chaser

 

Hierna vind u de officiële videoclip:

of de “extended mix”:

Patrick Van de Wiele

METROPOLIS - THE NEXT GENERATION?

Iedere rechtgeaarde sciencefiction fan kent de stomme, zwart/wit film Metropolis uit 1927. Deze Duitse film noir uit het expressionisme werd indertijd geregisseerd door Fritz Lang en het script was van zijn toenmalige echtgenote, Thea von Harbou, in samenwerking met Lang. Dat script was gebaseerd op Harbou’s gelijknamige roman. De voornaamste acteurs waren Gustav Fröhlich, Alfred Abel, Rudolf Klein-Rogge en Brigitte Helm. De prent wordt tegenwoordig bekeken als pionierswerk, omdat het een van de eerste langspeelfilms uit ons genre was. De opnames ervan duurden maar liefst 17 maand in 1925 & 1926. En de kostprijs (in de Weimar periode) was tussen meer dan 5 miljoen Reichmark.

Voor wie het nog niet mocht weten, Metropolis speelt zich af in een futuristische stedelijke dystopie en volgt de avonturen van Freder, een rijkeluiszoontje van de stadsmagnaat, maar ook die van Maria, een soort heilige voor de werkers. Beiden willen de enorme afgrond tussen de klassen in de stad overbruggen en de werkers samenbrengen met Joh Fredersen, de stadsmagnaat. De boodschap kan verwoord worden als volgt: "The Mediator Between the Head and the Hands Must Be the Heart".

Toch stuitte de prent destijds op gemengde kritieken. Ja, de critici hielden van zijn invloeden uit Bauhaus, Kubisme en futuristisch ontwerp, plus wat Gotische kantjes in de catacomben, de kathedraal en Rotwangs huis, maar beschuldigden het verhaal van naïviteit. Zelfs H.G. Wells vond het stom. En er zat tevens duidelijk een communistische boodschap in verweven. De Nazi’s haalden er dan ook die socialistische verwijzingen uit. Na zijn Duitse première werd de film substantieel ingekort, en sedertdien zijn er verschillende pogingen gedaan om de film compleet te restaureren. Misschien herinnert u zich dat muzikant/producer Giorgio Moroder (wereldbekend van zijn werk met Donna Summer) in 1984 een afgekapte versie uitbracht met een rocksoundtrack, waarop o.a. Freddie Mercury (met de hitsingle Love Kills), Pat Benatar, Jon Anderson, Bonnie Tyler, Loverboy, Billy Squier, Adam Ant voorkwamen. In 2001 toonde men een nieuwe reconstructie tijdens het Berlin Film Festival , en zeven jaar later werd een beschadigde versie van die film teruggevonden in een Argentijns museum. Met hulp van een kopij uit Nieuw Zeeland werd de prent voor 95% gerestaureerd en tegelijkertijd op 12/2/2010 in Berlijn en Frankfurt vertoond. En oh ja, in 2001 werd de film opgenomen in het UNESCO’s Memory of the World Register, de eerste ooit.

In 2023 zal de film in de USA vrijgegeven worden in het publieke domein, en waarschijnlijk zullen er nieuwe versies en soundtracks volgen. De oorspronkelijke soundtrack was een orkestrale score, maar fans zoeken naar een passende elektronische geluidsband. Iets dat meer bij dat futurisme past. Hoe zou die iconische sciencefictionfilm bijvoorbeeld geklonken hebben met een Kraftwerk soundtrack?

Wel, in de onderstaande YouTube clip heeft KarmaGermany in 2009 een fanversie gemaakt met de gelijknamige song door Kraftwerk. Hun muziek past perfect bij de synthese tussen mens en machine, trouwens de elpee uit 1978 waarop dat nummer staat heet overigens The Man-Machine ofwel Die Mens-Machine. En de lid van de band Kraftwerk, Dieter Moebius, nam een vierdelige, 40 minuten durende, spookachtige suite Musik für Metropolis op, die postuum in 2015 uitgebracht werd. Maar daarvoor had techno Dj en componist Jeff Mills in 2000 een uur lange versie gecomponeerd, met ambient en futuristische elektronische beats.

Daar stopt dit verhaal echter (nog) niet. Er is immers een nieuwe Tv-reeks “in the works” voor Apple Tv+, en die zal meteen de grootste Tv-productie ooit verfilmd in Australië worden. Deze achtdelige adaptatie is in handen met Sam Esmail, die ook Mr. Robot voor zijn rekening nam. Daarbij zou gebruik gemaakt worden van “virtual production”, een baanbrekende filmtechnologie die ook door Lucasfilm voor de Star Wars Tv-reeks The Mandalorian gebruikt werd. Er wordt door VicScreen een nieuwe “state-of-the-art” soundstage gebouwd, die één van de grootste LED volumes ter wereld zal huizen, een massief digitaal scherm dat achtergronden en speciale effecten kan vertonen. Op die manier kunnen virtuele sets gecreëerd worden terwijl de acteurs acteren. Denk maar aan een medium tussen CGI en praktische effecten. Details over de plot worden momenteel strikt geheim gehouden, en er is ook geen releasedatum vooropgesteld.

Er is dus een link tussen Metropolis en Star Wars, maar denk tevens aan de robot C3PO die rechtstreeks op de vrouwelijke robot uit Metropolis geïnspireerd werd.

Zo zal dus een klassieke film omgevormd worden tot een modern meesterwerk met behulp van de modernste technologie.

 

Patrick Van de Wiele

SABOR LATINO

Afgelopen maand februari toerde ik in gezelschap van een groep doorheen het eiland Cuba. De reis had als titel: “Rum, sigaren en salsa”. Uiteraard bezit Cuba nog meer troeven dan dat, maar in dit artikel wil ik het vooral over de muzikale kant van dat eiland hebben.

 

De muziek op Cuba is een mengeling van West-Afrikaanse en Spaanse invloeden. Ze wordt als één van de rijkste en meest invloedrijke regionale muziekvormen ter wereld beschouwd. Die West-Afrikaanse invloed is uiteraard te wijten aan de slavenhandel, en wist u dat Cuba het laatste land in de Nieuwe Wereld was om die slavenhandel af te schaffen?

 

Wat me onmiddellijk opviel, is dat in verschillende bars in de hoofdstad Havana live muziek gespeeld werd. Een bezoek aan het Havana Club Rum museum stond ook op het programma, wat mij uiteraard deed denken aan de song ‘Rum and Coca Cola’ van The Andrew Sisters uit 1945. Wist u dat deze calypsosong oorspronkelijk gecomponeerd werd door Lionel Belasco, die zich baseerde op het liedje ‘L’Année Passée’, wat dan weer verwees naar een folksong uit Martinique, en dat de tekst afkomstig is van een inwoner van Trinidad, nl. Lord Invader, die eigenlijk Rupert Grant heette? Die baseerde zich op het gedrag van duizenden Amerikaanse GI’s die er tijdens WOII gestationeerd waren. Zij dronken rum met Coca Cola en spendeerden hun dollars aan de lokale meiden. De Amerikaanse entertainer Morey Amsterdam hoorde dit liedje voor het eerst toen hij in september 1943 het eiland bezocht. Hij introduceerde het in de USA en The Andrew Sisters hadden er een hit mee. Het werd de bestverkopende song van dat jaar!

 

Hier volgt de tekst:

If you ever go down Trinidad

They make you feel so very glad

Calypso sing and make up rhyme

Guarantee you one real good fine time

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

Oh, beat it man, beat it

Since the Yankee come to Trinidad

They got the young girls all goin' mad

Young girls say they treat 'em nice

Make Trinidad like paradise

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

Oh, you vex me, you vex me

From Chicachicaree to Mona's Isle

Native girls all dance and smile

Help soldier celebrate his leave

Make every day like New Year's Eve

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

It's a fact, man, it's a fact

In old Trinidad, I also fear

The situation is mighty queer

Like the Yankee girl, the native swoon

When she hear Der Bingo croon

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

Out on Manzanella Beach

G.I. romance with native peach

All night long, make tropic love

Next day, sit in hot sun and cool off

Drinkin' rum and Coca Cola

Go down Point Koomahnah

Both mother and daughter

Workin' for the Yankee dollar

It's a fact, man, it's a fact

Rum and Coca Cola

Rum and Coca Cola

Workin' for the Yankee dollar

 

Nadien nam wijlen Barry White het nummer over in 1980 als ‘Rum and Coke’ op zijn elpee ‘Sheet Music’. En in 1983 coverde het Nederlandse trio The Star Sisters, waar Patricia Paay deel van uitmaakte, dit liedje in hun medley ‘Stars on 45 proudly presents The Star Sisters’. Uiteraard is dit mengsel ook de basis voor de populaire cocktail Cuba Libre.

Na een korte verkenning belandden we in het Park John Lennon. Hier zit deze Beatle in brons gegoten op een bankje. Lennon zelf is hier nooit geweest, maar Fidel Castro gebruikte de zin “you may say I’m a dreamer, but I’m not the only one” uit de wereldbekende song ‘Imagine’ regelmatig in zijn speechen. Die zin staat overigens, nu verweerd, op de grond voor het bronzen beeld geschreven.

Muziek is overal aanwezig, en wordt solo, in duo, als trio en zelfs als octet gebracht. Ik noteerde in een restaurant covers van bekende liedjes zoals ‘Ain’t no Sunshine’ van Bill Withers, en uiteraard ‘Guantanamera’.

 

Enkele dagen later kwamen we aan in de stad Cienfuegos. Hier vestigde onze gids Sined mijn aandacht op een ander bronzen beeld, nl. dat van de zanger/muzikant/dirigent Benny Moré. Deze mulat, die afkomstig was uit Santa Isabel de las Lajas, heette oorspronkelijk Bartolomé Maximilliano Moré en werd geboren in 1919. Moré trok naar Havana en ging er met zijn gitaar de cafés, bars en restaurants rond. Later stichtte hij een big band, zijn hoogdagen waren de fifities, en hij wordt door velen gezien als de grootste Cubaanse zanger aller tijden. In Cienfuegos wordt ieder jaar in september een muziekfestival ter zijner ere gehouden.

Uiteraard zijn er andere (bekende) Cubaanse artiesten. Denk maar aan Xavier Cugat, Perez Prado, zangeres Celia Cruz, zangeres Gloria Estefan (die uit Cuba wegvluchtte naar Miami en er een succesvolle carrière uitbouwde), trompettist Arturo Sandoval (wiens vlucht verfilmd werd in 2000 als ‘For Love or Country: The Arturo Sandoval Story’), en uiteraard Compay Segundo (die wereldberoemd werd met het ensemble Buena Vista Social Club, waar tevens gitarist Ry Cooder in meespeelde).

 

In het stadje Trinidad bezochten we de bar La Canchanchara, waar we een mini-optreden van een lokaal octet mochten beleven. Ze brachten opzwepende salsa, die zelfs een koppel uit onze groep aan het dansen zette. ’s Avonds speelde de band Fresh Air uit Trinidad in het hotel Las Cuenas. Die speelde een mix van smooth jazz, jazz, bossa nova, salsa maar ook covers. ’s Anderendaags bezochten we de Academia baile en Cuba, waar we uitgenodigd werden om de salsa te leren dansen op de tellen van one, two, three en five, six, seven. Aansluitend kregen we op de binnenkoer een initiatie in percussie op bongo en conga. De Afrikaanse roots van de eilandbewoners klonken duidelijk door in deze muziek, en leden uit onze groep mochten daarna zelf plaats nemen achter de bongo’s.

Onze lokale gids, Sined, deed ook zijn muzikale duit in het zakje. Hij zong op de bus een liedje over de vrijheidsstrijder Ché Guevara, dat geschreven werd door Carlos Puebla.

 

Tijdens de lunch in de ecologische Finca boerderij van de familie Correa bezongen onze medereizigers Jan en Filip hun zelfgeschreven liedje over onze wedervaren op deze rondreis. Dat gebeurde op de tonen van ‘Guantanamera’ en van ‘La Cucaracha’. Wat uiteraard op applaus en gelach onthaald werd, en daarna nog op de bus herhaald werd.

 

Ter afsluiting van deze rondreis verbleven we in een luxehotel in de badplaats Varadero. Daar luisterden ik en mijn vriendin naar Radio Enciclopedia, een radiostation op Tv, die een instrumentale mengeling bracht van jazz, klassiek, pop enz. met namen als Ray Conniff, Love Unlimited Orchestra, Benny Goodman, Kenny G en Santana.

 

In het stadje Varadero zelf was er het The Beatles café en The Nine, waar live optredens doorgingen. Maar ik heb die plekken zelf niet bezocht.

Foto: Marleen Van Wijnendaele

Tot slot nog enkele muzikale tips en links.

  • We dronken bijna elke dag een Piña Colada. U kent deze cocktail wel met witte rum, kokosmelk en ananassap. Die smaakte echt lekker en deed me denken aan de song ‘Escape (The Piña Colada Song) van Rupert Holmes. Maar wist u dat hierop ook een variatie bestaat die Mango Colada heet? Jammer genoeg was februari niet het seizoen voor mango.
  • Bij Cuba dacht ik vroeger vooral aan de megahit ‘Cuba’ van The Gibson Brothers uit 1978.
  • In de song ‘Copacabana’ van Barry Manilow wordt verwezen naar een bar ten noorden van Havana. Daar trad danseres Lola op, die verliefd was op barman Tony. Tot Rico op een dag binnenwandelde…
  • Wat me ook nog te binnen viel is de song ‘Shame and Scandal in the Family’ van Shawn Elliot uit 1964. In Trinidad gebeurde immers een schandaal.
  • En ik mag niet afsluiten zonder ‘Mambo Nr. 5’ te vermelden. Deze zomerhit van de Duitser Lou Bega uit 1999 is eigenlijk een cover van het gelijknamige nummer van Perez Prado uit 1952. En de tekst gaat over het versieren van vrouwen.

 

Ik hoop dat deze muzikale trip bij u blije herinneringen heeft opgeroepen. Of misschien krijgen lezers lust om Cuba zelf te gaan bezoeken? Geniet daarbij alvast van de onderstaande videoclips op YouTube.

 

Patrick Van de Wiele (+ alle andere foto's)